skipToContentskipToFooter

Oorsprong van goederen steeds bepalender

02-08-2025 Er is inmiddels meer duidelijkheid gekomen over wanneer de landenspecifieke heffingen ingaan. Zoals het er nu naar uitziet, is dat 7 augustus om middernacht (Amerikaanse tijd). Goederen die vóór dat tijdstip op het hoofdtransport zijn geladen, vallen nog onder het oude tarief van 10 procent. 

In april brachten we de tarieflast per land in kaart. Het kaartje onderaan dit artikel laat de meest recente situatie zien. We lichten een aantal opvallende veranderingen toe.

Grootste winnaars 

De grootste winnaars zijn misschien wel Lesotho en Madagaskar. Beide landen kregen in april tarieven toegewezen van respectievelijk 50 en 48 procent, maar zonder publiekelijke concessies zijn deze nu verlaagd naar 15 procent.  

Ook Bangladesh en Sri Lanka komen er gunstig vanaf. Het tarief voor Bangladesh is verlaagd van 37 procent in april naar 20 procent nu. Voor Sri Lanka ging het tarief in april eerst van 44 procent naar 30 procent (volgens de brief in juli) en is nu vastgesteld op 20 procent.  

Tot slot mag ook de Europese Unie relatief gezien tot de winnaars worden gerekend. Het is het enige blok dat een tarief inclusief MFN heeft gekregen. Daardoor vallen met name producten, waarvoor eerder een MFN-tarief gold van meer dan 5 procent, nu gunstiger uit dan vergelijkbare producten uit bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk. 

Verliezers 

Een aantal verliezers is voorlopig aan te wijzen. Zo krijgt Zwitserland een tarief van 39 procent, hoger dan in april. Hetzelfde geldt voor Turkije: nu 15 procent, voorheen 10 procent, ondanks het handelstekort met de VS. Verder is een aantal landen niks opgeschoten, ondanks intense onderhandelingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor India en de Filipijnen. De Filipijnen hebben, in tegenstelling tot India, wél een akkoord gesloten. Toch ligt hun tarief met 19 procent nog steeds boven de 17 procent die ze in april kregen.  

Ook voor een aantal andere landen is het tarief vrijwel onveranderd gebleven. Het gaat onder meer om Zuid-Afrika, Laos, Myanmar, Irak, Algerije, Libië, Kazachstan, Tunesië, Bosnië Herzegovina, Servië, Moldavië en Syrië.  

Brazilië vormt een apart geval. Voor bepaalde goederen geldt nu een aanvullend tarief van 40 procent. De belangrijkste exportproducten naar de VS zijn hiervan uitgezonderd en vallen onder het standaardtarief van 10 procent. Voor producten als koffie en vlees geldt dat echter niet. China is ook uniek: aan hun importtarieven zijn geen wijzigingen gebracht en blijft een gewogen gemiddelde van 54,9 procent van kracht. Gesprekken tussen de VS en China gaan nog steeds door.  

Zuid-Oost Azië 

Landen in Zuid-Oost Azië werden in april hard geraakt door hoge heffingen, maar hebben na onderhandelingen vrijwel allemaal een tarief van 19 procent gekregen, met uitzondering van Vietnam (20 procent). Andere belangrijke industriële economieën in Azië, zoals Japan en Zuid-Korea hebben met 15 procent een iets lager tarief gekregen, al zijn de verschillen relatief klein. Myanmar en Laos worden daarentegen nog steeds zwaar benadeeld. 

De nieuwe importheffingen zorgen voor een ongekend ingewikkelde lappendeken aan tarieven, waardoor de oorsprongsbepaling nog belangrijker wordt. 

Kaart landenheffingen update 01-08-2025 evofenedex_verkleind2.png

Lees meer in ons dossier over de VS

Een overzicht van al onze nieuwsberichten, inclusief drie uitgebreide analyses

Vragen over internationale supplychains en zeecontainervervoer?

Neem contact op met Casper Roerade, beleidsadviseur Mainports & Internationale Supplychains.

Casper