Gevaarlijke stoffen opslaan of vervoeren? Vijf signalen dat jouw bedrijf risico loopt
Leestijd: 5 minuten
Een paar spuitbussen in de werkplaats. Een pallet reinigers in het magazijn. Retouren met lithiumbatterijen. Los van elkaar lijkt het allemaal onschuldig. Bij elkaar opgeteld kan het betekenen dat je bedrijf met gevaarlijke stoffen werkt.
Veel mkb-bedrijven herkennen gevaarlijke stoffen niet altijd als risico. Zeker niet als het gaat om producten die ook thuis worden gebruikt. Maar in een bedrijfsproces gelden andere omstandigheden, andere verantwoordelijkheden en vaak ook andere verplichtingen.
Dat maakt het belangrijk om niet alleen naar het product te kijken, maar naar de hele situatie. Hoe sla je het product op? Wie gebruikt het? Wordt het verzonden? Weet iedereen wat daarvoor nodig is? De onderstaande vijf signalen laten zien wanneer je bedrijf extra alert moet zijn.
1. Er zijn gevarenpictogrammen en veiligheidsinformatiebladen, maar niemand vertaalt deze naar de praktijk
Producten hebben duidelijke waarschuwingen en vaak zijn er veiligheidsinformatiebladen beschikbaar. Toch blijft vaak onduidelijk wat dit betekent voor opslag, verpakking, etikettering, verzending en instructies voor medewerkers. Het onderwerp is zichtbaar op papier, maar wordt niet beheerst in de praktijk. Zo heb je gevaarlijke stoffen die direct schade aan het lichaam kunnen veroorzaken. Hier moet je van tevoren op voorbereid zijn. Niet na een incident of ongeval, want dan kun je te laat zijn.
2. Gevaarlijke stoffen gaan mee in de normale verzendstroom
Zodra producten met gevaarlijke eigenschappen worden behandeld als gewone zendingen, verdwijnt de alertheid. Ze worden verzameld, verpakt en meegegeven zoals alle andere zendingen. Weet iemand in het proces precies wanneer een zending extra controle vereist? Als dat antwoord niet direct duidelijk is, draait het proces waarschijnlijk op routine in plaats van op grip.
3. Opslag is verspreid en in de praktijk gegroeid
Een paar jerrycans in het magazijn. Spuitbussen in de werkplaats. Lithiumbatterijen op voorraad. Een pallet met vloeistoffen achter in de hal. Los van elkaar lijkt dat overzichtelijk. Alles bij elkaar is het dat vaak niet. In veel mkb-bedrijven groeit opslag van gevaarlijke stoffen geleidelijk mee met de operatie. Daardoor blijft onduidelijk wat er precies ligt, waar het ligt en wie daarop controleert.
4. De kennis zit bij één of twee mensen
Er is vaak wel iemand die ongeveer ‘weet hoe het zit’. Dat werkt, totdat diegene afwezig is of er iets afwijkends gebeurt. Dan merk je hoe kwetsbaar het is als kennis over opslag, vervoer en regelgeving niet in het proces maar in de hoofden van medewerkers zit. Zeker bij lithiumbatterijen zie je dit vaak: iedereen weet dat er ‘iets mee is’, maar niet wat dat concreet betekent.
5. Kleine hoeveelheden, dus beperkt risico. Toch?
Dit is een veelvoorkomende denkfout. Geen bulk, geen tankwagens, dus het risico zal wel meevallen. Maar kleine hoeveelheden zeggen weinig als niemand scherp heeft wat er nodig is voor opslag, etikettering, verzending en verantwoordelijkheid. Een stof kan gevaarlijk zijn door haar eigenschappen, zelfs in kleine hoeveelheden. Het risico ontstaat door de situatie. Denk aan hoeveelheid, verpakking, omgeving, gebruik en blootstelling. Dat geldt net zo goed voor losse accu’s, apparaten met lithiumbatterijen of kleinere zendingen met gevaarlijke stoffen.
Tekst gaat verder onder de foto
Wat merk je operationeel van de signalen?
De eerste signalen zie je meestal niet in wetgeving, maar in de dagelijkse praktijk:
- Vertraging omdat iets last minute moet worden uitgezocht;
- Onduidelijkheid in magazijn of expeditie;
- Verschillende werkwijzen tussen collega’s;
- Afhankelijkheid van één ervaren medewerker;
- Vragen van klanten of vervoerders zonder direct antwoord.
Dit zijn signalen dat de organisatie draait op aannames, terwijl niemand zeker weet of de basis in orde is. Wetgeving helpt om die basis te bepalen, maar is geen garantie dat je werkwijze in de praktijk goed genoeg is.
Wat kun je morgen als eerste doen?
De eerste stap is simpel: zorg dat je weet wat je hebt. Begin met vijf vragen:
- Welke producten hebben gevarenpictogrammen, veiligheidsinformatiebladen of bevatten lithiumbatterijen?
- Waar slaan we die op?
- Welke daarvan versturen we of gebruiken we intern?
- Wie controleert wat daarvoor nodig is?
- Wanneer vertrouwen we op ervaring of aannames?
Stel jezelf daarnaast de vraag: hebben we deze stoffen echt nodig of is er een veiliger alternatief? Krijg je hier geen snel, eenduidig antwoord op? Dan weet je genoeg: dit moet je serieus checken. En weet je dat je altijd aantoonbaar getraind moet zijn als je met gevaarlijke stoffen werkt? Dat staat zowel in de Arbowet als in de diverse wetten over gevaarlijke stoffen.
Hulp nodig?
Twijfel je of jouw bedrijf gevaarlijke stoffen goed herkent, opslaat of vervoert? Dan is deskundig advies verstandig. Ondernemersvereniging evofenedex helpt haar leden met praktische ondersteuning, controles en opleidingen voor medewerkers die met gevaarlijke stoffen werken.
Vragen over gevaarlijke stoffen?
Gwenda en haar collega's helpen je graag verder
