21-04-2026
Blootstelling aan gevaarlijke stoffen leidt tot straf
BVeroordeeld voor onvoldoende bescherming tegen CMR-stof
Medewerkers bewust aan gevaarlijke stoffen blootstellen, kan het management duur komen te staan. Oók als er nog geen ziekte is vastgesteld bij een werknemer. Dat blijkt uit twee samenhangende uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit januari 2026.
Een bedrijf in Nederland had zijn werknemers jarenlang blootgesteld aan formaldehyde. De kankerverwekkende stof zat in een lijm waarmee filterdoek werd vervaardigd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden legde op 14 januari 2026 aan twee leidinggevenden een voorwaardelijke gevangenis- en taakstraf op. Een plantmanager kreeg drie maanden met een proeftijd van een jaar, plus een taakstraf van 180 uur (ECLI:NL:GHARL:2026:181). De vicepresident Operations, die hoger in de organisatie stond, kreeg dezelfde straf, met als verschil een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier in plaats van drie maanden (ECLI:NL:GHARL:2026:182). Het bedrijf zelf kreeg eerder van een rechtbank een geldboete van 200.000 euro (ECLI:NL:RBOVE:2021:839 en ECLI:NL:RBOVE:2021:848).
Melding
Even een stap terug in de tijd. Het balletje begint in 2017 te rollen als de Nederlandse Arbeidsinspectie een melding ontvangt van een werkneemster van het bedrijf dat zij wordt blootgesteld aan een groene kleurstof. Daarop besluit de Arbeidsinspectie een kijkje te nemen in de fabriek. De inspecteurs ontdekken daar dat werknemers worden blootgesteld aan diverse gevaarlijke stoffen, waaronder formaldehyde.
Later komt er een vervolginspectie, waarbij het onderzoeksteam inzage krijgt in meetrapporten uit de periode van 2008 tot en met 2017. Hieruit blijkt dat de concentraties van formaldehyde op de werkvloer boven de wettelijke grenswaarden lagen en dat actie voor beheersmaatregelen noodzakelijk was. Omdat het bedrijf onvoldoende heeft gedaan om werknemers te beschermen, legt de inspectie de werkzaamheden stil.
Onvoldoende kennis
Een rechtbank en later het gerechtshof buigen zich over de zaak. Het hof, dat boven de rechtbank staat, komt tot duidelijke conclusies. Bij het bedrijf ontbrak het aan een voldoende uitgewerkt beleid voor het omgaan met gevaarlijke stoffen. Risico-inventarisaties en -evaluaties (RI&E’s) waren niet volledig uitgevoerd of bijgewerkt, en belangrijke gegevens over blootstelling aan formaldehyde ontbraken.
RI&E’s waren niet volledig uitgevoerd of bijgewerkt
Daarnaast was er onvoldoende deskundigheid bij het bedrijf om de risico’s van de stof goed te beoordelen. De medewerkers die verantwoordelijk waren voor veiligheid en arbeidsomstandigheden beschikten niet over voldoende kennis van formaldehyde en de gezondheidsrisico’s daarvan.
Nalatigheid
Het hof stelt ook dat werknemers onvoldoende waren geïnformeerd over de risico’s van het werken met formaldehyde. Deze stof wordt sinds 1 januari 2016 als carcinogeen (kankerverwekkend) geclassificeerd. Daarvoor werd formaldehyde beschouwd als een zeer zorgwekkende stof en verdacht van het veroorzaken van kanker. Veel medewerkers wisten niet dat zij aan deze stof waren blootgesteld en waren onvoldoende beschermd. Ook liet het bedrijf na maatregelen te nemen toen duidelijk was dat de grenswaarden flink werden overschreden.
Werknemers werden bewust blootgesteld aan formaldehyde, een kankerverwekkende stof.
Door al die nalatigheden heeft het bedrijf zijn werknemers langdurig blootgesteld aan een reëel risico op ernstige gezondheidsschade, waaronder neuskanker, aldus het hof. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat werknemers daadwerkelijk ziek zijn geworden, acht het hof het aannemelijk dat ernstige gezondheidsschade te verwachten is. De managers hebben feitelijk leidinggegeven aan overtredingen, luidt het oordeel. De vele oud-werknemers die schadevergoeding hadden geëist, zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. Zij kunnen hun claims nog wel indienen bij de burgerlijke rechter.
Nieuwe ontwikkeling
Mr. Adam Ziolo, jurist en hoger veiligheidskundige, volgt rechterlijke uitspraken in ons land over arbeidsveiligheid, waaronder over gevaarlijke stoffen. Hij heeft een juridisch kantoor dat werkgevers en overheden adviseert over arbeidsomstandigheden, en geeft daar lezingen en masterclasses over. “Dit is echt nieuw in strafrechtland. Normaal zou er schade moeten zijn voor een veroordeling. In deze casus is er nog niet iemand ziek geworden, er is nog geen bewijs voor ziekte. De rechtbank en het hof hebben expliciet in hun uitspraak opgenomen dat mensen daarover in onzekerheid moeten leven. Nieuw is dat een bedrijf en leidinggevenden op basis van herhaaldelijke blootstelling zijn veroordeeld.”
“Dit is echt nieuw in strafrechtland”
De feiten laten volgens Ziolo zien dat de werkgever al in 2010 wist dat te veel formaldehyde vrijkwam in de fabriek. “Dat bleek uit metingen en een e-mailreeks.” Maar tegen werknemers werd gezegd dat de lijmdampen niet schadelijk ware. “Opzet is hier echt bewezen.”
Geen maatregelen
Maar er ging meer mis, legt Ziolo uit. In diverse jaren, waaronder 2014 en 2017, is de RI&E geactualiseerd en getoetst door een onafhankelijke deskundige. “In het toetsadvies is telkens opgenomen dat er niets met de RI&E is gedaan, dat er geen beleid was rond gevaarlijke stoffen. Het bedrijf had al heel lang veiligheidsinformatiebladen voor formaldehyde, maar die werden niet uitgewerkt. Keer op keer is nagelaten om maatregelen te nemen.”
“De SHEQ-afdeling was een lege huls”
Opvallend aan deze casus is volgens de jurist ook dat een SHEQ-manager als procesbewaker was aangesteld. Die bleek niet over voldoende inhoudelijke kennis te beschikken, hij was vooral een manager die medewerkers aanstuurde. “Deze ontwikkeling zie je nu in sommige sectoren in ons land. Daarvan zegt de rechter nu: dat kán niet. Je mag een SHEQ-functie niet enkel op proces inrichten. Zo iemand moet deskundig zijn op inhoud. Ook de medewerkers van de SHEQ-afdeling waren niet deskundig. De afdeling was op het proces ingericht en niet op inhoud, en was daarmee een lege huls.”
Advies aan bedrijven
Ziolo heeft een belangrijk advies voor bedrijven: “Als uit een veiligheidsinformatieblad of objectieve meting blijkt dat je een gevaarlijke stof uitstoot voor mensen, máák hier dan direct werk van. Schuif het niet voor je uit, want strafrechtelijk is dat een doodvonnis. Wat er ook in jouw bedrijf gebeurt, het heeft prioriteit nummer één. Zaken als ergonomie, het inrichten van een werkplek, zijn ook belangrijk, maar daar gaan mensen niet dood aan. Aan gevaarlijke stoffen eventueel wél!”
Als het management goede redenen heeft om af te wijken van de maatregelen die hun veiligheidsadviseur adviseert, is het van belang dat schriftelijk te doen, zegt Ziolo. “Hierbij moet je de arbeidshygiënische strategie [ook wel de STOP-strategie genoemd, red.] toepassen. Daarmee geef je aan dat het belangrijker is om eerst iets anders te doen. Want bij een rechtszaak sta jij als werkgever terecht en níet je werknemers.”
Hij vervolgt: “Het bedrijf in kwestie heeft overigens over een periode van zeventien jaar twee miljoen euro bespaard door geen maatregelen te treffen. De schade is nu vele malen hoger. Als alle werknemers − in deze zaak 104 in totaal − naar de civiele rechter gaan, hebben zij mogelijk recht op enkele miljoenen euro’s pér persoon.”
Waarschuwing
Hans Stegeman, hoger veiligheidskundige en arbeidshygiënist bij evofenedex, ziet de twee uitspraken als een duidelijke waarschuwing. “Het management moet zorgen dat medewerkers veilig kunnen werken met gevaarlijke stoffen en eventuele zorgen van personeel hierover zeer serieus nemen. Ook horen de verantwoordelijke managers te wéten met welke gevaarlijke stoffen er allemaal gewerkt wordt en welke stoffen als CMR te boek staan.” Voor de duidelijkheid: CMR-stoffen zijn gevaarlijke stoffen die carcinogeen (kankerverwekkend, de C), mutageen (veranderingen in erfelijke eigenschappen veroorzakend, de M) en/of reprotoxisch zijn (schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht, de R).
De stoffen en processen die CMR zijn, staan op een speciale lijst van het ministerie van SZW. Dit is de ‘SZW-lijst met kankerverwekkende stoffen en processen, mutagene of voor de voortplanting giftige stoffen’. Elke zes maanden, doorgaans rond januari en juli, wordt die geactualiseerd. Door nieuwe inzichten komen er soms nieuwe stoffen of processen bij of verdwijnen enkele juist van de lijst.
“Wie signalen over gevaarlijke stoffen niet serieus neemt, begeeft zich op een moreel en maatschappelijk volstrekt onaanvaardbaar pad”
Stegeman vervolgt: “Bedrijven zijn verplicht een stoffenlijst bij te houden. Staat een van hun stoffen op de SZW-lijst, dan betekent dat een rode vlag en direct actie ondernemen via de STOP-strategie. Want niemand wil op zijn geweten hebben dat medewerkers ernstig ziek worden door hun werk. Daarnaast betekent het een enorme smet op je bedrijf.” De fabriek van het bedrijf in kwestie is al geruime tijd gesloten.
“Veel bedrijven hebben veiligheid gelukkig wel hoog in het vaandel staan”, aldus Stegeman. “Maar soms is er ook onwetendheid. Kennis is superbelangrijk in dit vak, werkgevers hebben een zorgplicht jegens hun werknemers. De gezondheid van medewerkers en de omgeving gaat voor alles. Wie signalen over gevaarlijke stoffen niet serieus neemt, begeeft zich op een moreel en maatschappelijk volstrekt onaanvaardbaar pad”, besluit de gevaarlijkestoffenexpert van evofenedex.
Poster ‘Veilig werken met CMR-stoffen’
Hoe herken je CMR-stoffen en minimaliseer je de risico's volgens de STOP-strategie? Speciaal hiervoor hebben wij een poster ontwikkeld.
Wilma Nijdam
Getty Images e.a.