skipToContentskipToFooter

COLUMN: JE KUNT ER NIET OMHEEN

C

De afdeling waar ik voor werk, had ooit een eigen leus: ‘Je kunt er niet omheen’. Mijn collega die de leus destijds bedacht, volgt de Chinese economie op de voet. De leus past wat mij betreft nog beter bij China. Daar kun je letterlijk niet omheen. China is uitgegroeid tot een economisch zwaargewicht. Dat is een lust, want miljoenen mensen zijn de armoede ontstegen. Tegelijkertijd is het een last, want het Chinese groeimodel past niet meer bij China’s huidige gewicht in de wereldeconomie.

Dat groeimodel is gericht op de fabricage van in de loop der tijd steeds hoogwaardigere producten. De prestaties op dit vlak zijn zonder meer indrukwekkend te noemen. Maar ondertussen blijft de consumptie in China een ondergeschoven kindje. Bij gebrek aan sociale zekerheid sparen huishoudens zich daar suf. De sterk ontwikkelde aanbodkant in combinatie met de onderontwikkelde vraagkant leidt tot productieoverschotten, die vervolgens door het buitenland moeten worden opgenomen.

Naarmate de Chinese economie in omvang groeit, slinkt bij handelspartners het vermogen om alle overschotten te absorberen. Ook hun bereidheid daartoe neemt af. Eerder waren de goedkope producten welkom. Lagere prijzen voor consumenten, wie kan daar tegen zijn? Nu komt er echter meer aandacht voor de nadelige gevolgen. Zijn de eigen bedrijven opgewassen tegen Chinese concurrenten die met behulp van overheidssubsidies steeds meer marktaandeel winnen? En is hier nog sprake van eerlijke concurrentie?

Een op lange termijn slimmere strategie is investeren in een circulaire economie

Philip Bokeloh

Vanuit zijn optiek als econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO becommentarieert Philip Bokeloh ondernemend Nederland.

Bokeloh-Philip-vierkant-LR.jpg

China wordt tegenwoordig eerder als bedreiging dan als kans beschouwd. Europa is kritischer op de onderlinge handelsrelatie en heeft onderzoeken lopen naar mogelijk oneigenlijke overheidssubsidies. Daarnaast zijn er verdenkingen van spionage. Recent nog gaf de Europese Commissie opdracht voor een inval bij Nuctech, een Chinees bedrijf dat scanapparatuur maakt voor de controle van containers en bagage en daarbij mogelijk concurrenten aftroeft dankzij steun van de Chinese overheid.

Tegelijkertijd moet Europa zuinig zijn op de handelsrelatie met China. Bijvoorbeeld omdat veel van de voor de digitale en energietransitie kritieke materialen daar worden gedolven, bewerkt en verwerkt. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat China voor veertien van de dertig kritische materialen de belangrijkste producent ter wereld is, voor vijf de tweede en voor drie de derde. In dat opzicht is Europa erg afhankelijk en kwetsbaar voor eventuele represailles van zich beledigd voelende Chinese beleidsmakers. Europa probeert de afhankelijkheid van China te verminderen door handelsrelaties aan te knopen met andere grondstoffenleveranciers. Ook onderzoekt het de mogelijkheden om zelf – voor zover beschikbaar – kritieke materialen te delven. Maar dat stuit daarbij op verzet vanwege de bijkomende milieuschade. Een op de lange termijn slimmere strategie is investeren in een circulaire economie, waarin grondstoffen worden teruggewonnen en hergebruikt. En investeren in innovatie: want batterijen kunnen ook met andere grondstoffen dan lithium worden gemaakt.

Of zouden Chinese beleidsmakers toch openstaan voor een sociaal zekerheidsstelsel? Europa heeft daar de nodige ervaring mee, kent de valkuilen en zou assistentie bij de opbouw daarvan kunnen verlenen. Bestaanszekerheid voor alle Chinezen, welke communistische partijbons kan dáár omheen? 

Philip Bokeloh