11-02-2026
Column - Van vrijhandel naar strategische handel
CEuropa is een handelscontinent. De Europese economie is anno 2026 veel meer afhankelijk van export dan de economie van China. Daarmee is Europa structureel kwetsbaar voor verstoringen in internationale handel, iets wat we de afgelopen jaren hebben kunnen ervaren door COVID, de oorlog in Oekraïne en de waaier van exportrestricties op grondstoffen, componenten en technologieën door andere mogendheden.
Het afbouwen van de handelsafhankelijkheid is niet eenvoudig: Europa is dichtbevolkt en heeft moeite met het opzetten van projecten voor het winnen van strategische grondstoffen. In tegenstelling tot de Verenigde Staten beschikken we ook niet over grote eigen reserves van fossiele energie. Daar komt bij dat de bevolking in rap tempo vergrijst, waardoor de beschikbaarheid van arbeidskrachten onder druk staat. We kunnen simpelweg niet alle bedrijvigheid terugbrengen naar Europa. Handel is daardoor geen keuze, maar een noodzaak.
De Europese Unie dient nu een strategische koerswijziging te maken
Strategisch analist geo-economie bij The Hague Centre for Strategic Studies.
Handel werkt omdat het productie laat plaatsvinden waar dat economisch logisch is: waar arbeid beschikbaar is, waar kosten lager liggen en waar de economische structuur beter past bij bepaalde economische processen. Vooral minder complexe en arbeidsintensieve activiteiten lenen zich hiervoor. Toch is het vrijhandelsparadigma waarin Europa decennialang heeft geopereerd niet langer houdbaar.
De grootschalige verplaatsing van productie naar China was vanuit een puur economisch perspectief logisch vanwege lagere kosten, efficiënte supply chains en schaalvoordelen. De politieke kosten daarvan worden nu pas echt zichtbaar. Europa heeft zich afhankelijk gemaakt van één dominante speler. De Europese Unie dient nu een strategische koerswijziging te maken: van naïeve vrijhandel naar strategische handel.
Strategische handel betekent niet dat Europa autarkisch moet worden. Dat is een illusie. Het betekent wel dat bij handelsbeslissingen niet alleen naar kosten en efficiëntie wordt gekeken, maar ook naar de bredere gevolgen voor de Europese Unie als geheel. Met wie willen we structureel verweven raken? Voor welke zaken bouwen we afhankelijkheden op en welke risico’s nemen we daarmee?
In dat licht komen bepaalde regio’s nadrukkelijker in beeld. Zuid-Amerika kan aantrekkelijk zijn voor grondstoffen, landbouw en voedselproductie. Daar is ruimte, beschikbaarheid en een relatief gunstig kostenniveau. Afrika biedt op termijn enorme kansen, maar kent nog grote uitdagingen rond stabiliteit en instituties. Zuidoost-Azië en India zijn ook logische partners. Dit zijn groeiende economieën waar diversificatie mogelijk is en waar de geopolitieke kosten voorlopig lager liggen dan in China.
De vraag is of bedrijven deze strategische afwegingen zelf gaan maken of dat overheden moeten bijsturen. Historisch gezien houden bedrijven weinig rekening met geopolitiek. Duitse investeringen in China gingen door, zelfs toen de risico’s al duidelijk waren. Als Europa verstandig is, kiest het daarom voor een strategisch handelsbeleid. Een middenweg waarin bedrijven competitief kunnen blijven, terwijl de grote geopolitieke kosten van onbeperkte vrijhandel worden beperkt.
Zonder deze koerswijziging dreigt Europa óf gevangen te blijven in riskante afhankelijkheden, óf door overreactie zijn exportmarkten te verliezen via protectionistisch beleid. Strategische vrijhandel is de gulden middenweg waarin economie en geopolitiek elkaar versterken in plaats van ondermijnen.
Ron Stoop