27-10-2025
Digitale Infrastructuur Logistiek zet grote stappen
DSteeds meer bedrijven profiteren van slim data delen
Het programma Digitale Infrastructuur Logistiek geeft sinds 2023 een stevige impuls aan data delen in de logistieke keten. Bedrijven profiteren van ‘living labs’ tot ondersteuning via Logistiek Digitaal. Programmamanager Jaap Stoppels is tevreden over de resultaten. “We gaan vol gas door tot 2027.”
Sinds de start van het programma Digitale Infrastructuur Logistiek (DIL) in het voorjaar van 2023 zijn er al forse stappen gezet. Honderden bedrijven zijn op weg geholpen met een advies via Logistiek Digitaal, er zijn diverse living labs opgezet en er wordt gewerkt aan een Basis Data Infrastructuur (BDI). DIL wordt uitgevoerd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, samen met diverse organisaties in de logistieke keten, waaronder evofenedex. Dat gebeurt met een bijdrage van het Nationaal Groeifonds.
Voor Jaap Stoppels, programmamanager van DIL, zijn het mooie mijlpalen, maar hij is nog lang niet klaar. “Ons hoofddoel is om uiteindelijk tot een afsprakenstelsel te komen, waardoor er een BDI ontstaat. Dat helpt bedrijven om makkelijker data uit te wisselen en zo concurrerender te worden. Ons programma is uniek in Europa, nergens anders wordt het op deze manier gedaan. We krijgen van onze financier, het Nationaal Groeifonds, de ruimte om uit te proberen wat werkt.”
Living labs
Het programma kent een aantal pijlers, legt Stoppels uit. “We bouwen dus aan die BDI. Dat doen we onder meer door te implementeren en te leren door living labs op te zetten met thema’s. Zoals CO2-rapportages, traceerbaarheid van goederen, aanpak van ladingdiefstal en tegengaan van ondermijning. Een living lab is geen simulatie of model, maar is op basis van echte data van echte bedrijven. Zo hebben we onder meer living labs op het gebied van luchtvracht, maritiem vervoer, wegvervoer en agrifood. De ene is succesvoller dan de andere, maar we doen er wel ongelofelijk veel kennis mee op, die we breed kunnen gebruiken in de logistiek.”
Met de living labs doen we ongelofelijk veel kennis op
Daarnaast is er Logistiek Digitaal, waarvan het doel is om mkb-bedrijven (tot 250 medewerkers) digitaal klaar te stomen. “Dat is, denk ik, het zichtbaarste onderdeel van ons programma”, aldus Stoppels. “De adviseurs van Logistiek Digitaal bezoeken bedrijven die behoefte hebben aan advies. Het doel is meer bedrijven bewust te maken van de noodzaak van digitalisering. Toen we twee jaar geleden begonnen, gaf ongeveer een vijfde aan klaar te zijn voor de digitale toekomst. Ons doel is dat te verhogen tot 30 procent. En om bij 80 procent van de bedrijven de urgentie te verhogen, zodat digitalisering een gespreksonderwerp wordt in de directiekamer. Dat is belangrijk, want wie niet daarover nadenkt, loopt straks achter de feiten aan. Daar ben ik van overtuigd.”
Software-ingerichte keten
Een ander traject van het DIL-programma is de adoptie van het BDI-afsprakenstelsel in de software. “Daarover spreken we met ICT-partijen. Maar de werkelijkheid is ook dat dat lastig is en blijft”, aldus Stoppels. Hij schetst een droombeeld van een software-ingerichte keten. “Het zou mooi zijn als je realtime je container kunt volgen die bijvoorbeeld uit India komt. Dat je een update krijgt als de container op het haventerrein daar arriveert, wordt ingeladen, op het schip staat en het schip gaat varen. Dat je een ETA [estimated time of arrival, red.] krijgt die klopt en een melding krijgt als het schip bijvoorbeeld moet omvaren bij verstoringen. Als je weet dat een onderdeel later of eerder komt, kun je je proces anders inrichten zodat het niet stilvalt.”
Veel van de zojuist genoemde informatie is wel beschikbaar, maar is erg versplinterd. Stoppels: “Bedrijven hebben er een dagtaak aan om op alle portalen in te loggen en informatie op te vragen.” Een van de redenen waarom implementatie moeilijk is, is dat bedrijven nog terughoudend zijn om data te delen in de keten. “Deels omdat ze bang zijn dat de data in verkeerde handen komen, maar ook omdat eigenaarschap van data invloed heeft op verdienvermogen. Dat helpt niet mee aan een betere integratie.”
Praktijkvoorbeelden
Toch is het door DIL gelukt om voor de Rotterdamse haven en Portbase veel informatie te bundelen. Zo deelt APM Terminals nu al zes uur van tevoren het losmoment van een container. Dat helpt om het transport beter te organiseren, waardoor goederen sneller en soepeler op de plaats van bestemming komen. Voorheen was dat een half uur van tevoren, wat voor onnodige congestie zorgde. Een ander DIL-succes is het opzetten van de Vertrouwensketen, waarbij het afhalen van goederen in de haven via een geautoriseerd netwerk wordt geregeld.
“Ik verwacht dat we dan heel veel bedrijven aan het denken hebben gezet”
Het DIL-programma loopt door tot en met 2027. Stoppels heeft er alle vertrouwen in dat de belangrijkste doelstellingen worden behaald. “Ik hoop en verwacht dat we dan heel veel bedrijven aan het denken hebben gezet of op weg hebben geholpen met digitaliseren. Dat er in ketens blijvende samenwerkingen zijn ontstaan die digitalisering versterken. En dat onze medewerkers elders aan de slag gaan om hun werk voort te zetten om Nederland verder te brengen.”
Job Halkes
Getty Images