17-06-2026
EUDR komt dichterbij: wacht niet langer met voorbereiden
EVerduidelijkingen en vereenvoudigingen helpen bedrijven zich voor te bereiden op de ontbossingsverordening
De deadline voor de Europese ontbossingsverordening EUDR komt snel dichterbij. De Europese Commissie heeft de regels verder verduidelijkt en enkele vereenvoudigingen voorgesteld. Voor bedrijven verandert de kern niet: vanaf eind 2026 moeten de eerste bedrijven kunnen aantonen dat hun producten ontbossingsvrij zijn.
De EU Deforestation Regulation (EUDR) is in juni 2023 in werking getreden, maar is sindsdien weer twee keer uitgesteld en meerdere keren aangepast. Voor grote en middelgrote bedrijven geldt de EUDR op dit moment vanaf 30 december 2026. Micro- en kleine ondernemingen (buiten de houtsector) volgen op 30 juni 2027. De Europese Commissie benadrukt dat ze geen derde verlenging van de deadline verwacht.
Bedrijven hebben dus nog maar enkele maanden om hun voorbereidingen voor de EUDR af te ronden. Denk hierbij aan supply chain mapping, het inrichten van een due diligence-systeem en maken van afspraken met leveranciers. Een afwachtende houding vergroot het risico om vanaf volgend jaar problemen te ondervinden bij het invoeren, exporteren en op de markt brengen van producten.
De laatste aanpassingen van de EUDR bevatten bescheiden verbeteringen, maar de essentie van de wet is niet wezenlijk veranderd. Het verbeterpakket bestaat uit een bijgewerkte versie van de richtsnoeren en verduidelijking via infographics en antwoorden op veelgestelde vragen. De Europese Commissie heeft inmiddels ook een ontwerpwetswijziging gepubliceerd om de lijst met producten die onder de EUDR vallen, aan te passen.
EUDR in het kort
De EUDR, ook wel de ontbossingsverordening genoemd, legt verplichtingen op aan marktdeelnemers en handelaren die bepaalde grondstoffen en afgeleide producten op de EU-markt brengen of vanuit de EU exporteren. Zij moeten aantonen dat deze grondstoffen en producten ontbossingsvrij en legaal zijn geproduceerd en gedekt door een zorgvuldigheidsverklaring. Dit proces heet due diligence. Bedrijven die producten op de EU-markt brengen die onder de ontbossingsverordening vallen, moeten hiervoor procedures inrichten.
De wet geldt niet alleen voor hout, maar ook voor zes andere commodity’s: rundvee, cacao, koffie, palmolie, rubber en soja. Het gaat om goederen waarbij de productie vaak tot ontbossing leidt. Ook afgeleide producten, zoals papier en leer, kunnen onder de ontbossingsverordening vallen.
Vietnamese boeren planten koffie in een geërodeerd landschap.
Voorgestelde wijzigingen
Een zogenoemde ontwerp-gedelegeerde handeling stelt wijzigingen voor in Annex I van de EUDR. Dit onderdeel bevat de lijst met producten die onder de verordening vallen. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen hebben te maken met toevoegingen, schrappingen, vrijstellingen en verduidelijking (van soorten):
- Oploskoffie en bepaalde palmoliederivaten die worden gebruikt in de oleochemische en zeepindustrie, worden aan de productscope toegevoegd.
- Leer, loopvlakvernieuwde banden en enkele andere subcategorieën worden uitgesloten.
- Productmonsters, bepaalde eenmalige en herbruikbare verpakkingen (na ingebruikname), marketingmateriaal, afval, gebruikte en tweedehands producten en correspondentie worden vrijgesteld.
- Bij diverse GN-codes wordt het voorvoegsel ‘ex’ toegevoegd om duidelijk te maken dat alleen producten van relevante grondstoffen onder de EUDR vallen (dus niet bijvoorbeeld kokosolie, bamboe of synthetisch rubber).
De wijzigingen in Annex I zijn nog niet definitief vastgesteld.
Een eerste beoordeling kan gebeuren op basis van openbaar beschikbare informatie
Senior beleidsadviseur Internationaal Ondernemen bij evofenedex.
Vragen en antwoorden
Sinds de publicatie van de EUDR worstelen bedrijven met de werking en uitvoering ervan. De Europese Commissie (hierna: Commissie) beantwoordt de belangrijkste vragen in richtsnoeren en FAQ's, die ze in mei 2026 opnieuw heeft bijgewerkt. In veel gevallen gaat het om verduidelijkingen, maar in enkele gevallen zijn de regels maximaal opgerekt. In de laatste update (versie 5) staan zes belangrijke punten:
- Verplichtingen verderop in de keten. De Commissie heeft verduidelijkt dat de verplichting voor de eerste downstream-marktdeelnemer of -handelaar om referentienummers of identificatiecodes van verklaringen van zijn upstream-leverancier op te vragen en te bewaren, een ‘passief karakter’ heeft. Dit betekent dat de verplichting om informatie te verstrekken in eerste instantie bij de upstream-leverancier ligt. Als deze geen informatie aanlevert, mag de downstream-marktdeelnemer of -handelaar aannemen dat de leverancier geen marktdeelnemer is (tenzij informatie beschikbaar is die op het tegendeel wijst). De downstream-partij hoeft dit dus niet proactief uit te vragen.
- Vereenvoudigde zorgvuldigheid. Marktdeelnemers die uitsluitend inkopen in landen die op grond van artikel 29 van de EUDR als laag risico zijn aangemerkt, vallen onder een lichter regime. Zij hoeven geen volledige risicoanalyse te doen en geen risicobeperkende maatregelen te nemen, tenzij ze kennis krijgen van informatie die wijst op een risico van niet-naleving (‘onderbouwde zorgen’). Wel moeten ze een due diligence- systeem inrichten. Micro- en kleine primaire marktdeelnemers, die per definitie uit laagrisicolanden betrekken, zijn onder dezelfde voorwaarden vrijgesteld.
- Legaliteitseis. Een complex onderdeel van de EUDR is hoe bedrijven aantonen dat hun producten zijn geproduceerd in overeenstemming met relevante wetgeving van het land van herkomst. De EUDR bevatte al een lijst van relevante regelgeving (bijvoorbeeld rond land- en mensenrechten), maar vertelde niet hoe bedrijven de beoordeling moeten doen. De richtsnoeren verduidelijken nu dat een eerste beoordeling kan gebeuren op basis van openbaar beschikbare informatie, zoals landenrisicoclassificatie, governance-indicatoren van de Wereldbank en andere openbare rapporten. Op basis van de eerste bevindingen mogen bedrijven bij hun nadere analyse prioriteit geven aan de gebieden met de hoogste risico’s.
- Wederinvoer. De FAQ’s van de Commissie verduidelijken dat het opnieuw invoeren van producten die eerder op de EU-markt zijn gebracht, wordt beschouwd als een downstream-activiteit. Dit geldt ook wanneer producten in een derde land zijn bewerkt (bijvoorbeeld cacaobonen die worden geëxporteerd en als chocolade worden teruggebracht). De importeur hoeft dan geen due diligence uit te voeren of een due diligence statement (DDS) in te dienen. Bij de douane gebruikt de importeur het referentienummer van de leverancier of – als dat ontbreekt – een conventional reference number. Dit nummer geldt universeel. De importeur moet wel kunnen aantonen dat het product eerder op de EU-markt is geplaatst. Ditzelfde principe geldt bij het exporteren van EUDR-plichtige goederen die eerder in de supply chain al zijn gedekt door een of meerdere DDS’en.
- Samenloop met andere wetten. Veel bedrijven hebben naast de EUDR te maken met andere ketenduurzaamheidswetten zoals de CSDDD en de EU Forced Labour Regulation (FLR). Er bestond onduidelijkheid over de onderlinge verhouding tussen de wetten. Inmiddels is verduidelijkt dat de EUDR als lex specialis voorgaat op de CSDDD bij overlappende bepalingen. De FLR geldt parallel aan de EUDR, oftewel bedrijven moeten aan beide wetten voldoen. De regimes zijn juridisch gescheiden, maar due diligence-processen onder de EUDR kunnen bijdragen aan het identificeren van risico’s op dwangarbeid.
- Concernstructuren. De FAQ’s maken duidelijk dat de zorgvuldigheidsverplichtingen onder de EUDR per afzonderlijke rechtspersoon en niet op concernniveau gelden. Elke entiteit die zich kwalificeert als marktdeelnemer, niet-mkb-downstream-marktdeelnemer of niet-mkb-handelaar moet een eigen account hebben in het informatiesysteem. De mkb-status wordt bepaald op basis van de balans, omzet en het aantal werknemers van de individuele entiteit. Concernonderdelen mogen wel een in de EU gevestigde entiteit aanwijzen als gemachtigd vertegenwoordiger om namens hen zorgvuldigheidsverklaringen in te dienen. Maar de juridische verantwoordelijkheid blijft bij de afzonderlijke marktdeelnemer.
De ontbossing in Brazilië staat wereldwijd symbool voor het omvangrijke probleem.
Om bedrijven te ondersteunen bij het voldoen aan de legaliteitseis, wil de Commissie vóór 30 december 2026 een databank inrichten met een overzicht van relevante wetgeving in productielanden. Dit om te voorkomen dat bedrijven dit allemaal individueel moeten uitzoeken, al is deze datum wel laat voor het voorbereidingsproces.
Daarnaast wordt een tweede databank ontwikkeld met een overzicht van certificeringsschema’s. Het gebruik van een certificeringsschema ontslaat bedrijven niet van hun eindverantwoordelijkheid, maar kan wel deel uitmaken van een due diligence-systeem. Beide databanken worden gehost op speciale websites van de Commissie. De informatie wordt aangeleverd door derde landen en beheerders van certificeringsschema’s.
Informatiesysteem
Het indienen van DDS’en gebeurt via het informatiesysteem, ook wel bekend als TRACES. Dit systeem is momenteel beperkt beschikbaar vanwege werkzaamheden. Op de live server kunnen gebruikers alleen informatie inzien. Het is dus niet mogelijk nieuwe registraties of DDS’en in te dienen. Bovendien is de oefenomgeving niet volledig beschikbaar.
TRACES moet in juni 2026 weer volledig toegankelijk zijn. Geplande verbeteringen zijn onder meer een vereenvoudigd verklaringsformat voor micro- en kleine primaire marktdeelnemers, vrijwillige bundeling van referentienummers van zorgvuldigheidsverklaringen, registratie van nieuwe rollen en een noodvoorziening bij onverwachte uitval. Later dit jaar volgen meer verbeteringen.
Dit blijft een omvangrijke opgave die maandenlange voorbereiding vergt
Gevolgen voor bedrijven
Het recente verbeterpakket van de Commissie biedt dus belangrijke operationele verduidelijkingen en extra flexibiliteit, vooral voor downstream-marktdeelnemers en bedrijven die inkopen in laagrisicolanden. De kern van de EUDR blijft echter ongewijzigd. Marktdeelnemers moeten beschikken over een zorgvuldigheidssysteem, geolocatiedata verzamelen en – tenzij ze uitsluitend in laagrisicolanden inkopen – een risicoanalyse uitvoeren en waar nodig risicobeperkende maatregelen nemen. Dit blijft een omvangrijke opgave die maandenlange voorbereiding vergt.
EUDR-stappenplan
evofenedex helpt leden bij hun voorbereidingen op de EUDR. Zo bieden wij onder meer een handig stappenplan over het onderwerp.
Elmar Otten
Getty Images