26-05-2026
Gastcolumn - Leveringszekerheid brandstof vraagt om een plan
GDeze energiecrisis is groter dan die van 1973. Logisch, want tijdens het schrijven van deze column zit de Straat van Hormuz nog potdicht, terwijl daar normaal dagelijks een vijfde van alle olie en vloeibaar gas doorheen gaat. Weliswaar hebben we in Nederland (nog) geen autovrije zondagen, maar wereldwijd spelen dit soort ontwikkelingen wel degelijk. Voor bijvoorbeeld miljoenen Aziatische huishoudens betekent de energiecrisis donkere avonden en warmere nachten door black-outs, een vierdaagse werkweek en minder mobiliteit.
In Europa lijdt de transportsector (ook) pijn. De prijzen van diesel en kerosine schoten de afgelopen tijd immers omhoog. Onderaan de streep is transport duurder en onzekerder, zeker als het om mondiale handelsketens gaat. De oorzaak is simpel, want de wereldeconomie verbruikt zo’n honderd miljoen vaten olie per dag, en van dat aanbod is nu tien procent weggevallen. Natuurlijk zijn er voorraden, maar deze schok is zo groot, dat de prijzen heftig reageren en sprake is van vraagdestructie, met veel economische schade tot gevolg.
Op mijn kantoor hier bij VEMOBIN staat de telefoon daarom sinds 28 februari roodgloeiend. Terwijl de leden van onze vereniging de (bio)raffinaderijen op volle kracht laten werken, bellen media ons op met vragen als: ‘Produceert de Nederlandse raffinagesector ook diesel en kerosine?’ Ja, we verwerken zo’n 1,3 miljoen vaten olie per dag. Zonder de Nederlandse raffinaderijen zou de Europese importafhankelijkheid van kerosine en diesel twee keer zo groot zijn geweest als die nu is, en daarmee het prijseffect nog sterker. Een andere vraag die wij krijgen is: ‘Kunnen we de diesel die we in Nederland produceren voor onszelf houden?’ Ja, dat kan, maar verwacht dan wel tegenmaatregelen, terwijl Europa voor diesel, kerosine en ruwe olie juist al importafhankelijk is.
Opvallend hoe snel het sentiment kan draaien
directeur van Vereniging Energie voor Mobiliteit en Industrie (VEMOBIN)
Opvallend hoe snel het sentiment kan draaien. Want terwijl de meestgestelde vraag eerder was hoe snel raffinaderijen konden sluiten (vanwege CO2-uitstoot), wijden politici nu warme woorden aan ‘onze raffinagesector’. Mijn oproep is om dat vast te houden, ook wanneer de oorlog straks voorbij is. Terwijl de transportsector verduurzaamt, hebben we immers ook nog brandstoffen nodig, omdat we in de voorzienbare toekomst niet alles kunnen elektrificeren. Voorlopers tanken natuurlijk al volop biodiesel of waterstof. Schepen kunnen op methanol varen, maar dat is nog erg duur. Vliegtuigen vliegen deels op biokerosine. En de fossiele raffinaderijen investeren in groene waterstof, elektrificatie en CO2-opslag om hun uitstoot te reduceren. Afbouw van de brandstofindustrie is dus geen optie, we hebben ombouw nodig en een plan om dat te bereiken. Gelukkig presenteert de regering binnenkort een raffinagevisie, en onderkent de Europese Commissie sinds kort het belang van voldoende Europese raffinagecapaciteit. Het zou goed zijn om als transport- en brandstofsector de handen nog meer ineen te slaan, zodat Nederland een succesvol transport- en industrieland blijft.
Jan-Willem van den Beukel