07-07-2026
Geen RI&E? Best een risico!
GWegwijs in het juridische bos
Ruim een derde van alle Nederlandse bedrijven heeft geen RI&E, terwijl dit wel verplicht is. Daardoor lopen zowel werknemers als het bedrijf risico’s. Het Steunpunt RI&E kan hulp bieden. “Bedrijven hebben soms geen idee waar ze moeten beginnen.”
Omdat dieselauto’s niet meer welkom zijn in stadscentra, besluit een bouwbedrijf om alle negen bestelauto’s te vervangen door elektrische exemplaren. De negen nieuwe e-auto’s worden afgeleverd en mogen, vanwege de dure gereedschappen die elk busje aan boord heeft, allemaal binnen parkeren. Ze staan op dezelfde plekken als hun dieselvoorgangers, dus nogal strak naast elkaar. Maar dan gaat het mis. Door een fout in een batterijpakket vat een auto vlam en, zoals dat gebeurt bij branden met elektrische auto’s, ontstaat er een moeilijk blusbare brand die al snel overslaat op andere voertuigen. Ze branden bijna allemaal uit en ook de loods waarin ze staan gaat verloren.
Omdat bij de brand allerlei giftige stoffen zijn vrijgekomen, stellen overheidsinstanties een onderzoek in. De eerste vraag is of het bedrijf een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) heeft en wie de preventiemedewerker is. Tja, die heeft het bedrijf allemaal niet. Er is evenmin een plan van aanpak (PvA). Dat is jammer, legt de brandweercommandant uit, want een preventiemedewerker had vanwege zijn opleiding geweten dat je elektrische auto’s alleen binnen mag parkeren als de onderlinge afstand minstens twee keer zo groot is als bij de eerdere dieselbestelauto’s. Dit is vanwege het brandgevaar. Bovendien blijkt het bedrijf in overtreding, want een RI&E, een PvA en een preventiemedewerker zijn allemaal wettelijk verplicht.
Bluswerkzaamheden. Na een bedrijfsbrand wordt altijd naar de RI&E gevraagd.
Helaas staat dit waargebeurde verhaal niet op zichzelf. Recent onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) toont aan dat ruim drie op de tien bedrijven hun basis van het arbobeleid niet op orde hebben. Dat is zorgelijk, want die ondernemingen voldoen daardoor niet aan wettelijke verplichtingen en hun medewerkers lopen risico op ongevallen of bijvoorbeeld blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De cijfers komen uit de monitor ‘Arbo in Bedrijf 2024-2025’.
De NLA maakt zich zorgen over de stagnerende groei van het aantal RI&E’s, blijkt ook uit die monitor. Het aandeel bedrijven met een RI&E blijft steken op 68 procent. Bovendien is het met de kwaliteit van de RI&E’s en bijbehorende PvA’s niet zo goed gesteld; maar zo’n 70 procent van de onderzochte RI&E’s is in orde. Voor nog altijd een flink aantal bedrijven is er dus werk aan de winkel.
Steunpunt
Simpel gezegd brengt een RI&E – en het eveneens verplichte PvA – alle arbeidsrisico’s in een organisatie in kaart. Dat betreft zowel zichtbare als onzichtbare risico’s. Een kwart van alle Nederlandse bedrijven werkt bijvoorbeeld met gevaarlijke stoffen. Toch neemt bijna de helft (45 procent) van die ondernemingen geen of onvoldoende maatregelen om de risico’s te beheersen. Dat percentage is volgens de NLA al geruime tijd constant. Verder blijkt dat bedrijven die hun arbobeleid graag op orde willen krijgen, het niet eenvoudig te hebben. Al is het maar om betrouwbare en onafhankelijke informatie te vinden. Wie op internet op ‘RI&E’ zoekt, komt eerst uit bij gesponsorde resultaten en pas daarna bij Rie.nl, de website van het Steunpunt RI&E.
“Ons team beantwoordt dagelijks veel vragen van bedrijven over de RI&E”
Projectleider bij Steunpunt RI&E
Deze organisatie, die begon onder toezicht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en TNO, is sinds 2024 ondergebracht bij de Sociaal-Economische Raad. Volgens projectleider Nieke Brüll van het steunpunt voorziet het zeker in een behoefte. ”Ons team beantwoordt dagelijks veel vragen van bedrijven over de RI&E. Die vragen zijn heel verschillend, maar veel bedrijven benaderen ons met de simpele vraag: ‘Ik hoor dat ik een RI&E moet hebben, maar ik heb geen idee hoe ik dat moet aanpakken.’ Of ze kennen wel het begrip RI&E, maar hebben geen inhoudelijke kennis. Die bedrijven kunnen we vaak goed op weg helpen”, zegt Brüll.
Wordt een vraag te specifiek of te ingewikkeld, dan kent het steunpunt voldoende arbokerndeskundigen om naar door te verwijzen. Dit zijn hogere veiligheidskundigen, arbeidshygiënisten, arbeids- en organisatiedeskundigen en bedrijfsartsen. Deze beroepen staan als zodanig omschreven in de Arbowet en gecertificeerde beoefenaars ervan zijn bevoegd om een RI&E te toetsen.
Branche-RI&E
Een externe toets is altijd verplicht wanneer een bedrijf een RI&E opstelt met behulp van een algemeen RI&E-instrument. Dit kan bijvoorbeeld een online RI&E-tool zijn die niet speciaal is ontwikkeld voor een bepaalde sector. Gebruikt een onderneming een specifiek branche-RI&E-instrument, dan moet ze daar altijd een arbokerndeskundige bij betrekken.
“Als steunpunt raden we een branche-RI&E altijd aan”
Veel vakgebieden hebben een eigen branche-RI&E, waaronder de sector Transport en Logistiek. Bij een branche-RI&E is het makkelijker aansluiten, zegt Brüll. “Als je actief bent in een sector die al een branche-RI&E heeft, raden we dat altijd aan. We hebben als steunpunt ook ons eigen instrument om een RI&E te maken. Maar we zeggen er altijd bij dat die sowieso getoetst moet worden, omdat het een algemeen instrument is. En er zijn bedrijven die zelf in staat zijn om een RI&E op te stellen. Dat zijn vaak grotere bedrijven. Die hebben ook meestal eigen arbodeskundigen. Elk bedrijf tot en met 25 medewerkers mag gebruikmaken van een branche-RI&E. Bedrijven met meer mensen in dienst mogen dat ook, maar dan moeten ze de bewuste branche-RI&E wel laten toetsen.”
Preventiemedewerker
Valkuilen zijn er volgens Brüll voldoende. Het steunpunt krijgt regelmatig mailtjes van ondernemers die door alle juridische bomen het bos niet meer zien. “Zij hebben geen idee waar ze moeten beginnen. Het kan ook best overweldigend voelen, als je voor de eerste keer met een RI&E aan de slag gaat. Dan verwijzen wij naar de Routeplanner, die onder het kopje ‘Hulpmiddelen’ op onze website staat. Daar hoef je maar een paar algemene vragen te beantwoorden en dan verschijnt er een overzicht van de mogelijkheden die je hebt.”
Ieder bedrijf moet een preventiemedewerker hebben
Sowieso begint elk project met het in kaart brengen van de risico’s in het bedrijf. “Dat kost tijd”, weet Brüll, “dus daar moet je iemand voor vrijmaken. Dat is overigens wettelijk verplicht: ieder bedrijf moet een preventiemedewerker hebben. Zo iemand houdt niet alleen de aspecten van de RI&E in de gaten, maar speelt ook in op veranderingen in het bedrijf of in de bedrijfsvoering. Zodra er dingen anders gaan, moet die persoon zich meteen afvragen: welke impact heeft deze verandering op de veiligheid?”
Ze vervolgt: “Soms zijn de vragen die wij krijgen heel specifiek. Dan wil een bedrijf dat ons heeft gecontacteerd iets horen van: ‘Doe het in jouw geval maar zus of zo, dan zit het wel goed.’ Maar op specifieke vragen kunnen wij geen antwoord geven. Dan verwijzen we altijd door naar een arbokerndeskundige.” Contact met de NLA heeft het steunpunt niet veel, vertelt Brüll. “Dat is ook wel logisch; zij toetsen achteraf, wij zitten juist aan de voorkant om bedrijven wegwijs te maken.”
Risicogericht
Volgens Frank Verhoef, woordvoerder van de NLA, is het niet zo dat zijn organisatie vanwege de eigen onderzoeksresultaten nu opeens extra controleert op de aanwezigheid van een RI&E en een PvA bij een bedrijf. Het vragen naar een RI&E gebeurt al bij elk bezoek dat een NLA-inspecteur aflegt. Dat hoort gewoon bij de procedure. “Bij elke arbo-inspectie besteedt de inspecteur aandacht aan de aanwezigheid, volledigheid, betrouwbaarheid en actualiteit van een RI&E en een bijbehorend PvA en de uitvoering ervan. En als dat nodig is, wordt er gehandhaafd”, zegt Verhoef.
Houtstof kan risico's opleveren voor de gezondheid. De NLA controleert dit jaar extra op blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
De inspecties zijn volgens hem altijd risicogericht. “We zeggen hier weleens een beetje gekscherend dat het ons ‘doel’ is om bij
meer dan de helft van de eerste inspecties een overtreding vast te stellen”, glimlacht Verhoef. “De geconstateerde overtredingen zijn weer afhankelijk van het gekozen project en de geïnspecteerde onderwerpen.”
De NLA gebruikt volgens hem tactische risicoanalyses voor het maken van keuzes in welke sectoren of bij welke doelgroepen ze controleert. Uit het jaarplan voor 2026 blijkt dat de NLA zich de rest van dit jaar richt op thema's rondom onder andere asbest, blootstelling aan gevaarlijke stoffen, schijnconstructies, uitzendbureaus, werkdruk, ongewenst gedrag, CE-markering en arbeidsdiscriminatie. “Daarnaast besteden we dit jaar in het programma Arbozorg extra aandacht aan de bedrijfstakken voedingsmiddelenindustrie en automotive”, zegt Verhoef tot slot.
RI&E in het kort
• Iedere werkgever (hoe klein ook) moet een RI&E hebben. Dit is een verplichting volgens de Arbowet.
• In een RI&E leg je vast welke gezondheids- en veiligheidsrisico's de werkzaamheden in je bedrijf met zich meebrengen.
• Het is verplicht om ook een bijbehorend plan van aanpak (PvA) te hebben. Bovendien moet je kunnen laten zien dat je dit uitvoert.
• In het PvA beschrijf je welke maatregelen je neemt om risico’s zoveel mogelijk tegen te gaan.
• Ieder bedrijf moet een preventiemedewerker hebben.
• Een algemene RI&E moet altijd worden getoetst door een gecertificeerde arbokerndeskundige, een branche-RI&E alleen bij bedrijven vanaf 26 medewerkers.
• Een branche-RI&E is een voorbeelddocument dat je gebruikt voor
je eigen RI&E.
• Een arbokerndeskundige mag alleen binnen zijn werkgebied toetsen. Vaak
is toetsing door meerdere deskundigen dus nodig.
Guus Peters
Guus Peters e.a.