03-12-2025
Handels- en investeringsverdrag met Indonesië biedt meer dan lagere invoerrechten
HNieuw verdrag EU en Indonesië opent markten, versnelt duurzame samenwerking en creëert langjarige kansen
Het handels- en investeringsverdrag tussen de Europese Unie en Indonesië schrapt het gros van de invoerrechten en maakt exportprocedures eenvoudiger. Tegelijk legt CEPA harde afspraken vast over duurzame samenwerking, waardoor handel en ontwikkelkansen voor beide landen groeien.
Nu de handelsverhoudingen met de Verenigde Staten (VS) zijn verslechterd door hogere Amerikaanse importtarieven en productie en inkoop in China steeds meer risico’s opleveren, zoekt de Europese Unie (EU) naarstig naar nieuwe handelspartners. Ook Indonesië werkt aan het vergroten van zijn huidige afzetmarkten en is op zoek naar nieuwe. Allereerst omdat dit land in juli 2025 een importtarief van 19 procent kreeg opgelegd door de VS − een tarief bijna twee keer zo hoog als voorheen. Maar ook omdat het zijn afhankelijkheid van China wil verminderen. Doordat Beijing een sterke industriële en technologische positie heeft opgebouwd in Indonesië, is het land mogelijk beïnvloedbaar.
Meer dan zevenhonderd miljoen consumenten
Het in september 2025 gesloten handels- en investeringsakkoord tussen de EU en Indonesië voorziet in de behoeften van beide kanten door een vrijhandelszone van meer dan zevenhonderd miljoen consumenten te creëren. “Het afsluiten van de Comprehensive Economic Partnership Agreement (CEPA) is een mooi voorbeeld van mogelijkheden voor open en wederkerige handel tussen een Westerse economische grootmacht als de EU en een snelgroeiende opkomende markt als Indonesië. Ook in een tijd waarin veel landen hun handelsbeleid vooral op de eigen markt richten”, zegt Laisy Deng, businessdevelopmentcoördinator Zuidoost-Azië & Oceanië bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
“Bij RVO kijken we verder dan alleen handel. Wij willen duurzame relaties opbouwen voor de lange termijn en onze maatschappelijke bijdrage vergroten”
Businessdevelopmentcoördinator Zuidoost-Azië & Oceanië bij RVO.
Door CEPA verdwijnen de invoerrechten op 98 procent van de tarieflijnen en worden de procedures voor de uitvoer van EU-goederen naar Indonesië eenvoudiger, waaronder die voor agrovoedingsproducten en auto’s. Dat biedt Europese bedrijven meer kansen om hun producten in Indonesië af te zetten. Dit komt door het afschaffen van tarieven op belangrijke exportproducten zoals zuivel, vlees, groenten en fruit, en diverse verwerkte voedingsmiddelen. Stel, we laten de invoer van Indonesische gewassen die niet in de EU worden geteeld buiten beschouwing. Dan exporteert de EU al meer agrifoodproducten naar Indonesië dan ze importeert, goed voor ongeveer een miljard euro per jaar. Deng: “Wanneer het verdrag definitief is goedgekeurd, verwachten wij dat handel in onder meer palmolie, schoeisel en textiel, en industriële producten aanzienlijk zal groeien.”
Hoewel de Raad van de EU, het Europees Parlement en Indonesië CEPA nog moeten goedkeuren, kunnen ondernemers de vruchten ervan al plukken. 80 procent van de goederen wordt waarschijnlijk direct vrijgesteld van importtarieven. Binnen vijf jaar zal dat 96 procent zijn. Zo komt voor allerlei Indonesische producten het importtarief te vervallen. Dit moet ook gebeuren voor Europese producten, maar dat is niet altijd even makkelijk omdat de Indonesische wet- en regelgeving erg complex is.
Rechtszekerheid is noodzakelijk
“Als je balpennen naar Indonesië exporteert en het importtarief vervalt, heb je daar direct voordeel van. Maar soms ligt het ingewikkelder”, legt Deng uit. “Zo werken wij samen met de Indonesische overheid om de lokale zaadsector te versterken. Nederland heeft veel kennis op dat gebied en in Indonesië is daar veel behoefte aan. Maar voor duurzame samenwerking is rechtszekerheid noodzakelijk. Denk aan kwekersrechten en de bescherming van intellectueel eigendom. Indonesië heeft hiervoor een eigen systeem dat echter niet helemaal aansluit op internationale standaarden zoals UPOV. Dit kan een reden zijn voor bedrijven om hun product nog niet op de markt te brengen in dat land.
Of Nederlandse ondernemers straks echt kunnen profiteren van CEPA, hangt dus af van de sector waarin ze actief zijn. Vanuit de Nederlandse overheid willen we onze bedrijven ondersteunen door drempels weg te nemen, onder meer door met lokale overheden te kijken hoe we samen tot praktische oplossingen kunnen komen. CEPA biedt daarvoor een goed uitgangspunt”, aldus Deng.
Een Indonesische delegatie bezocht in oktober 2025 onder andere het World Horti Center in Naaldwijk, Wageningen University & Research en HZPC in Metslawier.
Belangrijk is dat het nieuwe vrijhandelsverdrag ook de weg vrijmaakt voor duurzame groei en ontwikkeling, onder meer op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieu. “Het bevestigt bovendien de rol van Nederland als betrouwbare partner, doordat het duidelijke kaders biedt voor samenwerking en investeringen”, zegt Deng. “RVO ondersteunt Nederlandse ondernemers wereldwijd om kansen te benutten. Tegelijkertijd willen we ervoor zorgen dat samenwerking met landen zoals Indonesië zo verloopt dat people, planet en profit beschermd blijven. CEPA draagt hieraan bij, omdat het verdrag niet alleen gaat over het wegnemen van handelsbarrières, maar ook over verplichtingen die duurzame en eerlijke samenwerking mogelijk maken. Het laat zien dat Nederland voor de lange termijn een partner in handel en investeringen is die altijd streeft naar echt wederzijds voordeel.”
“De overeenkomst biedt een goed uitgangspunt om drempels weg te nemen”
Met ongeveer 285 miljoen inwoners is Indonesië het op drie na meest bevolkte land ter wereld. “Het is een van de grootste economieën in Zuidoost-Azië en zijn bruto binnenlands product groeit in 2025 naar schatting rond de 5 procent. De regering streeft ernaar om voor 2029 een jaar-op-jaar groeitempo van 8 procent te bereiken, om zo de middeninkomensval te doorbreken”, aldus Deng.
Dit is volgens haar nodig om de levensstandaard in Indonesië, waar nog miljoenen inwoners in armoede leven, te verhogen en de ongelijkheid te bestrijden. “Nederlandse ondernemers kunnen daaraan een bijdrage leveren en tegelijkertijd hun eigen bedrijf laten groeien. Door deel te nemen aan RVO-programma’s bouwen ze duurzame relaties op en ontwikkelen ze nieuwe markten, terwijl tegelijkertijd lokale economieën profiteren. Zo stimuleert de Nederlandse overheid met zogeheten combitracks handel, investeringen en de ontwikkeling in veertien opkomende markten. Hierdoor realiseren we ‘ondernemen met impact’”, zegt Deng.
Combitrack voor voedselzekerheid
Een van de meer dan twintig combitracks is die voor de food estates in Noord-Sumatra. Dit zijn gebieden die door de Indonesische overheid zijn aangewezen om de landbouwsector op grote schaal duurzaam te verbeteren, om de snelgroeiende bevolking van voldoende voedsel te kunnen voorzien. Deng: “Voor Nederlandse ondernemers in de land- en tuinbouw met kennis van voedselkwaliteit en -zekerheid biedt dit allerlei kansen. Dit is een goed voorbeeld van onze win-winaanpak en van hoe we business, overheid en kennisinstellingen combineren.”
Met Nederlandse oplossingen wil RVO lokale economieën ook helpen te vergroenen en/of te digitaliseren, vertelt Deng verder. “Tegelijkertijd werken we aan betere randvoorwaarden om deze initiatieven te laten slagen. Denk aan het verduidelijken van lokale regelgeving, versterken van relevante beroepsopleidingen of creëren van waardig werk voor jongeren en vrouwen. Voor RVO staan transparantie en duurzaamheid in de waardeketen altijd voorop.”
Ruim 120 Nederlandse ondernemers namen in juni 2025 deel aan een economische missie naar Indonesië.
Andere sectoren die veel kansen bieden voor Nederlandse ondernemers zijn watermanagement, met focus op waterzekerheid en waterveiligheid en logistieke infrastructuur. Deng: “Indonesië heeft meer dan tweehonderd vliegvelden om de belangrijkste eilanden met elkaar te verbinden, en deze infrastructuur wordt steeds verder uitgebreid. RVO ondersteunt Nederlandse ondernemers die hierbij betrokken willen zijn. Bijvoorbeeld via het recent gestarte PIB-project voor milieuvriendelijke en technologisch geavanceerde luchthavenontwikkeling in Indonesië.”
PIB staat voor Partners for International Business, een programma om een cluster van bedrijven zo goed mogelijk te positioneren op een buitenlandse markt. Ook zeehavens bieden kansen, aldus Deng. “Net als omringende landen, wil Indonesië zich ontwikkelen tot een regionale hub voor personen- en goederenvervoer. Daarom moeten de havens geschikt zijn voor verschillende typen schepen, waaronder vrachtschepen die varen op alternatieve brandstoffen. Om onderdeel te blijven van internationale vaarroutes, is het belangrijk dat dit soort schepen veilig kan aanleggen, laden en tanken. Nederlandse bedrijven kunnen hun kennis en technologie inzetten om havens toekomstbestendig te maken.”
“Indonesiërs zoeken buitenlandse bedrijven die bereid zijn bij te dragen aan nieuwe systemen en infrastructuur”
CEPA is meer dan een handelsverdrag; het biedt ook kansen voor duurzame investeringen. “In Indonesië gaat zakendoen vaak verder dan alleen producten en diensten verkopen”, legt Deng uit. “Indonesiërs zoeken buitenlandse bedrijven die bereid zijn bij te dragen aan nieuwe systemen en infrastructuur. Bijvoorbeeld door te investeren in irrigatiesystemen bij kassen of door lokale werknemers te trainen. Het gaat dus niet alleen om economisch voordeel, maar ook om het leveren van positieve sociale impact. Veel Nederlandse bedrijven doen dit gelukkig al door workshops te verzorgen en kennis te delen met hun partners. Vanuit RVO kijken we bovendien naar manieren om werkgelegenheid te creëren voor minderheden, vrouwen, jongeren en mensen met een beperking in arbeidsintensieve sectoren zoals traditionele landbouw, zodat zij een eigen inkomen kunnen verdienen. Hierdoor groeit niet alleen de lokale economie, maar ontstaat er ook meer vraag naar de producten uit deze sectoren.”
Meer zekerheid om in elkaar te investeren
Het verdrag biedt bedrijven ook meer zekerheid om in elkaar te investeren, doordat dit geborgd is in wet- en regelgeving. “Hierdoor is het eenvoudiger en veiliger om op een gelijkwaardig niveau met elkaar samen te werken”, aldus Deng. Investeren in Indonesië vraagt volgens haar wel om een goede voorbereiding. Procedures verlopen vaak langzaam en kosten veel tijd en geld.
Zo duurt het registreren van een bedrijf zo’n 65 dagen. “Een handelsverdrag kan dit niet direct veranderen, maar biedt wel een kader om dergelijke zaken beter op elkaar af te stemmen. Bijvoorbeeld door certificeringen op elkaar af te stemmen, processen te stroomlijnen en dezelfde normen te hanteren. Dat helpt vaak al enorm om duurzame samenwerking te waarborgen. Want zowel aan Indonesische als aan Europese zijde gaat het er vooral om elkaar goed te begrijpen en duidelijke afspraken te maken.”
Er zijn ook kansen om via Indonesië andere markten in de regio aan te boren
Volgens RVO zijn er voor Nederlandse ondernemers niet alleen kansen om met Indonesië zaken te doen, maar ook om via Indonesië andere markten in de regio aan te boren. Deng: “Deze archipel wordt omringd door landen die onderling en met elkaar diverse handelsverdragen hebben gesloten. Allereerst ASEAN, een samenwerkingsverband van elf Zuidoost-Aziatische landen, waaronder Maleisië, Thailand, Singapore en Vietnam. Daarnaast is er de Regional Comprehensive Economic Partnership, de grootste vrijhandelsovereenkomst ter wereld, die vijftien landen in de regio Azië-Pacific omvat, waaronder China, Japan, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland en de ASEAN-landen. De Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Partnership is een vrijhandelsverdrag tussen twaalf landen, waaronder Canada, Australië, Japan, Mexico, Singapore, het Verenigd Koninkrijk en Vietnam.” Veel landen zijn dus bij meerdere verdragen betrokken. Nederlandse ondernemers die samen met een lokale partner in Indonesië produceren, kunnen volgens Deng daarom profiteren van marktkansen in de hele regio daar.
Steeds meer mogelijkheden
Nederland en Indonesië delen een lange geschiedenis. In het verleden was het imago van Nederland in Indonesië niet altijd positief. De afgelopen jaren ontstaan er echter steeds meer mogelijkheden om de bilaterale samenwerking te versterken. Deng: “Bij RVO kijken we verder dan alleen handel. Wij willen duurzame relaties opbouwen voor de lange termijn en onze maatschappelijke bijdrage vergroten, door samen met lokale partners win-winoplossingen te ontwikkelen die zowel Nederlandse bedrijven als lokale gemeenschappen vooruithelpen. Historische banden, soms positief, soms minder positief, blijven voelbaar, maar bieden ook een fundament om verder op te bouwen. Een groot deel van de vooruitgang is te danken aan de collega’s van de Nederlandse ambassade in Jakarta, die dagelijks contact hebben met bijna vijftig ministeries en ambtenaren in Indonesië. Sterke relaties die essentieel zijn voor Nederlandse ondernemers om daar succesvol zaken te kunnen doen.”
Export Academy
Versterk je internationale slagkracht als exportmanager en meld je aan voor de Export Academy. Volg een modulair opleidingsprogramma waarmee je je exportkennis vergroot en leert van de praktijkervaringen van andere exportprofessionals. Gratis voor leden van evofenedex.
Gerben J. Sas
RVO + Getty Images