26-05-2026
Tapijtfabrikant Interface wil in 2040 CO2-negatief zijn
TVan oude visnetten tot slimme logistiek: duurzaamheid staat centraal
Voor de makers van tapijttegels staat kwaliteit hoog in het vaandel. Maar voor Interface is ook duurzaamheid van groot belang. Veel bedrijven doen minder aan duurzaamheid onder druk van de huidige ontwikkelingen. Interface kiest niet voor minder nadruk op sustainability, zegt vicepresident Eline Oudenbroek.
Vooral de ouderen onder ons herkennen het vast nog wel: de eerste tapijttegels van Van Heugten, het bekende Heugatapijt. Het gemak, de lange levensduur, de aantrekkelijke kosten, het leidde tot een groot bedrijf in Amersfoort en, toen de ruimte voor de fabriek in die stad te krap werd, in Scherpenzeel. Hier zit nog steeds een vloerenfabrikant, maar dan onder de naam Interface nadat Van Heugten was overgenomen door het Amerikaanse bedrijf met die naam. Het product is hetzelfde gebleven: tapijttegels. Alleen de samenstelling is veranderd.
“De Amerikaanse ondernemer Ray Anderson maakte tapijten. Hij maakte kennis met de tapijttegels van Van Heugten en zag snel het voordeel van modulaire tapijten voor kantoren. Bij een beschadiging of het aanleggen van kabels onder de vloer hoeft niet het hele tapijt te worden vernieuwd. Alleen een paar tegels moeten worden vervangen”, legt Eline Oudenbroek, vicepresident Supply Chain & Operations EMEA bij Interface, in een vergaderzaal in het grote complex uit.
Oude visnetten
Interface EMEA levert inmiddels onder meer aan bedrijven, kantoren, ziekenhuizen en zorginstellingen in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Wereldwijd zijn er fabrieken in onder andere China, Australië, Noord-Ierland en Nederland. De grootste buiten Amerika is die in Scherpenzeel, op de plek waar ooit Van Heugten zijn vloerbedekking maakte. Die relatief kleine fabriek is uitgegroeid tot een enorm complex met hallen, machines en opslagplaatsen. “De particuliere markt is een heel andere dan de zakelijke markt. Wij richten ons vooral op bedrijven en instellingen”, aldus Oudenbroek.
Eline Oudenbroek: “Een bedrijf dat niet duurzaam werkt, verliest zijn relevantie” (beeld: Ivo van der Bent)
Zij vervolgt: “Topkwaliteittapijten zijn belangrijk als je in het topsegment wilt overleven. Dan mag het wat duurder zijn, als het maar goed is. En als het maar duurzaam geproduceerd is. Anderson zag dat de markt naast kwaliteit ook naar sustainability zou gaan vragen en richtte zich daarnaar.”
Vloerbedekking was vroeger niet milieuvriendelijk. Voor zowel het garen als de rug werd gebruikgemaakt van grondstoffen uit de petrochemische industrie. Interface is erop gericht zo min mogelijk virgin fossiele grondstoffen te gebruiken voor zijn producten. “We gebruiken vooral gerecyclede garens. Het blijft kunststof, maar het is wel materiaal dat wordt hergebruikt, onder andere uit afgedankte visnetten”, aldus de Interface-topvrouw.
Een ander onderdeel dat de fabriek heeft weten te schrappen is de bitumenrug van tapijten. Daar is een op biobased en gerecyclede materialen gebaseerde tapijtrug voor teruggekomen. In het laboratorium van de fabriek ligt het geheim van de productsamenstelling achter gesloten deuren. Daar gaat de rondleiding aan voorbij.
“Het magazijn is nu een donkere ruimte waar geen mensenhand meer nodig is”
Robots in het donker
Naast de productie van de tapijttegels kon er natuurlijk nog veel meer bespaard worden op CO2-uitstoot en energieverbruik. Te beginnen met het magazijn. “Dat is nu een donkere ruimte waar geen mensenhand meer nodig is”, vertelt Oudenbroek. Het is er inderdaad donker, blijkt tijdens de wandeling door de fabriek. In dat donker lijkt een bijna oneindig lange rij stellingen achter elkaar te liggen met ontelbare stapels pallets vol met tapijttegels. Allemaal voorzien van een leesbare code met alle mogelijke gegevens. In de lange gangen razen – bijna geluidloos – robots die de pallets wegzetten en op commando weer ophalen. Dag en nacht, onvermoeibaar zonder pauzes.
De productie van de tapijttegels gebeurt grofweg in twee stappen. Eerst wordt een tapijtrol van de garens gemaakt. Ook daar komen nauwelijks mensenhanden aan te pas, onderhoudspersoneel en controleurs daargelaten. Buiten voert een leverancier een kleverige stof aan om de garens te fixeren. Maar in plaats van de tankers te legen en het spul op te slaan, heeft Interface geholpen met de aanschaf van meer tankwagens, zodat de transportondernemer die kan laten staan. De stof kan daardoor rechtstreeks van de tankwagen naar de productiehal. Geen opslag, geen onderhoud van buizen en slangen, en minder transport. Dus duurzamer.
Vervolgens gaan de rollen naar een andere hal om de biobased bodem te krijgen. Daarbij is de productiemachine zodanig gebouwd dat de in- en uitgang aan dezelfde kant liggen; dat scheelt veel heen-en-weergedraai van heftrucks.
Retourlogistiek
Een deel van de productie komt ook uit Noord-Ierland, waar Interface een productielocatie heeft. De daarvoor benodigde garens worden in Scherpenzeel gecrossdockt – zonder tussentijdse opslag. Dat garen gaat zo mogelijk elektrisch tot aan de haven van Rotterdam. Daarna reist het per boot naar de fabriek in Belfast. Hierbij maakt Interface gebruik van lege trailers die het halffabricaat ophalen uit Noord-Ierland, om zo optimaal gebruik te maken van de transportbewegingen. “Jaja, Brexit was voor ons een nachtmerrie. Al die papieren en formaliteiten omdat we een locatie buiten de EU hebben. Vreselijk”, verzucht Oudenbroek. Inmiddels zijn ze gewend aan het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
Het weven van de garens voor het tapijt.
“Eerst bekijken we of reuse ofwel hergebruik mogelijk is. Dat is het beste voor het milieu. Maar je weet van een afstand natuurlijk niet hoe zwaar het tapijt belast is geweest. En het moet passen bij een nieuwe klant. Recyclen is een tweede mogelijkheid. Recyclen betekent uit elkaar halen en de grondstoffen scheiden om ze opnieuw te gebruiken. Daar hangt vanzelfsprekend een energieplaatje aan. Met geavanceerde rekenmodellen bekijken we altijd wat de beste optie is.”
Het garen van de gerecyclede tapijten is maar een van de grondstoffen. Een belangrijke bron van hergebruikte kunststof zijn oude visnetten. “Onze leverancier heeft een complex proces ontwikkeld om deze grondstof weer om te zetten in prachtig garen dat in onze tapijttegels kan worden verwerkt.”
Tegels vervangen
Voor het transport heeft Interface twee sterren van Lean & Green voor onder meer het vervoer met volle vrachtauto’s en het gebruik van hubs om de goederen per lading te verzamelen, zodat de last mile naar de klant met een volle vrachtauto kan worden gereden. “We zijn zelf geen transportbedrijf, maar werken wel nauw samen met onze vervoerders”, onderstreept Oudenbroek.
Het tapijt voordat het in tegels wordt gesneden.
Het bedrijf maakt tapijttegels van hoge kwaliteit – “Het is geen weggooiproduct”, zegt de topvrouw – en produceert die ook nog eens met oog voor duurzaamheid. Bovendien is het ontwerp zo gemaakt dat de tegels vaak willekeurig te leggen zijn. Als er tapijttegels moeten worden vervangen, hoeft niemand op een patroon of tekening te letten. “Bij het leggen van het tapijt blijven altijd resttegels over die bedrijven bewaren. Die kunnen ze gebruiken als ze een tapijttegel moeten vervangen. Dat doen mensen thuis toch ook? Je houdt altijd tegels over die je in de schuur legt voor als er een breekt en er een nieuwe tegel in moet”, zegt Oudenbroek.
CO2-negatief
Het doel van Interface is om de volgende stappen in duurzaamheid te zetten. Vanuit zijn all-instrategie wil het bedrijf tegen 2040 CO2-negatief zijn, zónder CO2-compensaties. “Dat wil zeggen dat we met de productie van onze vloeren en onze bedrijfsvoering meer CO2 opslaan dan uitstoten”, zegt Oudenbroek.
Dat betekent volgens haar dat alle leveranciers, die onder hun paraplu werken, ook aan hoge eisen rond duurzaamheid moeten voldoen. “We kijken naar onze hele keten. Als een toeleverancier niet aan onze standaarden voldoet, gaan we het gesprek aan. Mocht dat niets opleveren, dan gaan we niet met die onderneming verder”, aldus Oudenbroek.
Interface is al meer dan dertig jaar bezig met duurzaamheid
Interface is al met al meer dan dertig jaar bezig met duurzaamheid. “Natuurlijk moeten we ook financieel gezond presteren, we zijn een beursgenoteerd bedrijf. Maar juist daarom omarmen we duurzaamheid. Een bedrijf dat niet duurzaam werkt, verliest zijn relevantie − dat werkt niet voor de lange termijn. Want daar gaat de economie naartoe: naar minder spullen kopen, maar wel goederen van hoge kwaliteit. Dat willen de klanten”, voorspelt zij.
Aan de beweging in sommige delen van de wereld om juist minder te doen aan duurzaamheid, doet Interface niet mee. Oudenbroek: “Bedrijven die daarin meegaan? Nou, wij niet.”
Training Supply chain fundamentals
Door de onrust in de wereld komen verstoringen van internationale ketens steeds vaker voor. Die hebben een enorme impact op de aanvoer en kosten van grondstoffen en dergelijke. Heroverwegen van de fundamenten van je keten en flexibiliteit inbouwen worden daarom steeds belangrijker. Organisaties die duurzaamheid en circulariteit omarmen, bouwen aan een wendbare en weerbare keten. De praktijkgerichte training ‘Supply chain fundamentals’ van evofenedex helpt logistieke en supply chain-medewerkers om hiervoor de juiste stappen te zetten.
Gijs Korevaar
Interface