11-02-2026
Zakelijke kansen voor Nederlandse bedrijven in de Nordics
ZAmbassades vertellen over kansen, weerbaarheid en samenwerken met Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland
De energietransitie en geopolitieke spanningen zetten Noord-Europa in beweging. De plaatsvervangend ambassadeurs in Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland laten zien waar kansen liggen voor Nederlandse bedrijven en welke lessen Nederland kan trekken uit de Nordics.
Waar liggen kansen voor Nederlandse ondernemers in de Nordics?
“Hernieuwbare energie is een belangrijk thema”, vertelt Arne Brandsma van de ambassade in Denemarken. “Het land huisvest Vestas, het bedrijf dat de meeste windturbines ter wereld produceert. Windenergie is goed voor bijna 60 procent van de totale energieproductie van Denemarken, maar het doel van 100 procent duurzame energie is nog ver weg. Juist daar kunnen Nederlandse ondernemers bij helpen.”
In Noorwegen is de energietransitie ook een belangrijk onderwerp. Sjoerd Smit van de ambassade in Noorwegen: “Voor Noorwegen is duurzaamheid belangrijk als alternatieve bron van inkomsten, mochten de olie- en gasvoorraden opdrogen. De Noorse overheid zet daarom in op het creëren van comparatieve voordelen, bijvoorbeeld door te investeren in het opwekken van goedkope groene energie om de energie-intensieve industrie aan te trekken.” Noorwegen heeft de hoogste dichtheid elektrische auto’s ter wereld, met goede laadinfrastructuur door het hele land. Smit: “Een hele opgave voor zo’n langgerekt land als Noorwegen. En het blijft niet alleen bij personenauto’s, ze investeren in de elektrificatie van de hele vervoerssector, bijvoorbeeld door elektrische veerboten aan te schaffen.”
Ook in Zweden en Finland staat verduurzaming hoog op de agenda. Kim de Jong van de ambassade in Zweden: “Met Volvo en Scania heeft Zweden twee grote bedrijven die koploper zijn op het gebied van elektrificatie in de vervoerssector. RAI Automotive, de belangenbehartigingsorganisatie van de Nederlandse voertuigindustrie, werkt aan het verbeteren van de toegang van Nederlandse bedrijven in het zwaar wegtransport. De ambassade is nauw betrokken bij dit programma. Zo hopen we ook de Europese samenwerking in de transportsector een boost te geven.” Finland zet voor de energietransitie hard in op waterstof- en batterijproductie. Lieske de Krijger van de ambassade in Finland: “De Finnen streven ernaar vóór 2030 4 procent van hun bbp in R&D te investeren en hebben de benodigde aardmetalen en expertise. Ze hebben alles in huis om dé plek te worden voor Europese batterij- en waterstofproductie.”
“Eigenlijk geldt dat de zakelijke cultuur in alle Noordse landen aardig bij elkaar in de buurt ligt”
Plaatsvervangend ambassadeur en hoofd van de economische afdeling van de Nederlandse ambassade in Denemarken.
De Nordics en Nederland behoren tot de topinnovatielanden van Europa. De Krijger: “Elk jaar is in Helsinki de conferentie Slush, voor start-ups. In 2025 deden ruim tweehonderd Nederlandse start-ups uit verschillende sectoren mee. Liion Power ontwikkelde bijvoorbeeld een intelligent laadalgoritme om onnodige slijtage in batterijen te voorkomen. Ook ontwikkelde het bedrijf een apparaat dat die batterijbescherming toevoegt aan producten die dit nog niet hebben, zodat apparaten minder snel weggegooid worden.”
De Jong en De Krijger zien voor Nederlandse bedrijven ook kansen in de defensiesector. De Jong: “Beide landen hebben een geavanceerde defensie-industrie en hebben sinds hun toetreding tot de NAVO hun uitgaven aan defensie verhoogd. De investeringen richten zich niet alleen op materieel, maar ook op infrastructuur, logistiek en ondersteunende capaciteiten.” De Krijger: “Dit jaar heeft een cluster van Nederlandse bedrijven uit de defensie- en veiligheidsindustrie in samenwerking met RVO een Partners for International Business in Finland opgestart, met als doel de Nederlandse sector goed in Finland te positioneren. Ook in Zweden worden de kansen voor Nederlandse bedrijven in kaart gebracht.”
“In de Nordics krijgen mensen bijna een allergische reactie van gladde verkooppraatjes”
Plaatsvervangend ambassadeur en hoofd van de economische afdeling van de Nederlandse ambassade in Zweden.
Hoe gaan bedrijven in de Nordics om met de dreiging uit Rusland?
Finland is van alle vier de landen misschien wel het best voorbereid op de dreiging vanuit Rusland. De Krijger: “Ook na de Koude Oorlog bleef Finland Rusland als dreiging beschouwen. Elke Fin moet bijvoorbeeld in het geval van een crisis minstens 72 uur zelfredzaam zijn. Denken over veiligheid is in die zin altijd in de Finse mentaliteit blijven hangen. Finland hanteert echt een brede maatschappelijke aanpak. De overheid
discussieert met het bedrijfsleven in werkgroepen over de voorbereiding. Samen kijken ze naar wat ze nodig hebben in crisistijd, en tot welk niveau ze dat op peil willen houden. Hoe ze energie kunnen blijven leveren, hoe ze betalingen kunnen blijven doen en welke voorraden aangehouden worden. Snel repareren van energiecentralehuisjes is bijvoorbeeld een les die Finland trok uit de gebeurtenissen in Oekraïne. De werkgroepen kunnen de monteurs die dit repareren markeren als cruciaal beroep, zodat die in tijden van crisis niet opgeroepen worden voor het leger.”
Ruim tweehonderd Nederlandse start-ups uit verschillende sectoren deden in 2025 mee aan Slush in Helsinki. Foto: SolidFocus - Ewald Geerdink.
Weerbaarheid van de samenleving is ook in Zweden een belangrijk onderwerp. De Jong: “Als het gaat om weerbaarheid is Zweden een soort van Finland light. De landen hadden tijdens de Koude Oorlog dezelfde structuur, maar Zweden heeft deze daarna afgebouwd, omdat de dreiging verder weg leek. Nu bouwen ze dit met toch wel enige haast opnieuw op. Het voordeel is dat ze nu een kans krijgen het systeem opnieuw in te richten. Ze komen wel van een heel ander niveau dan Finland, maar dat biedt juist aanknopingspunten voor Nederland.” Zweden streeft bijvoorbeeld naar verbeterde zelfvoorziening door meer voedsel lokaal te produceren. De Jong: “Dat biedt kansen voor Nederlandse bedrijven in de glas- en tuinbouw, die kunnen helpen bij efficiënter produceren. Efficiënter gebruik van landbouwgrond is overigens een wens die breder wordt gedragen, zoals in Denemarken.”
Volgens De Jong is te merken dat de dreiging in Zweden dichterbij is dan in Nederland. “In de Zweedse maatschappij leeft de gedachte dat voorbereiding en weerbaarheid horen bij het concurrentievermogen van bedrijven. Een sterk bedrijf is goed voorbereid op een crisis en oorlog, zo denken ze daar. Het Zweedse verbond van werkgevers is bijvoorbeeld bezig met het opzetten van structuren zoals in Finland en het in kaart brengen van de capaciteiten. Daarbij wordt ook gekeken naar lessen uit de oorlog in Oekraïne.”
Ook de Deense overheid treft actief maatregelen om de weerbaarheid te verbeteren. Brandsma: “Als Zweden Finland light is, dan is Denemarken een soort van Zweden light. De Deense overheid heeft zeker stappen gezet, maar de bevolking zelf staat daar nog wat verder vanaf.” “In Noorwegen, dat een grens met Rusland deelt, staat weerbaarheid ook hoog op de agenda”, vertelt Smit. “De veiligheidsdiensten waarschuwen bedrijven actief voor inmenging door buitenlandse staten en moedigen hen aan extra op te letten welke werknemers ze aannemen en naar wie ze exporteren. De Noorse overheid heeft zelfs een nieuwe exportcontroleorganisatie opgezet, die het makkelijker voor bedrijven moet maken om aan alle regels te voldoen.”
“Weet waar je het over hebt. Directeuren zijn meestal de productexperts”
Plaatsvervangend ambassadeur en hoofd van de economische afdeling van de Nederlandse ambassade in Noorwegen.
Kunnen bedrijven de Nordics beter regionaal of juist per land benaderen?
Volgens Smit is het verstandig om vooral met een regionale blik naar de Nordics te kijken. “Carbon Capture and Storage (CCS) is bijvoorbeeld groot in Noorwegen, maar het land werkt daarvoor intensief samen met Finland. Zonder buitenlandse contracten zou het Longship-project voor de volledige CCS-keten (afvang, transport en opslag) niet economisch levensvatbaar zijn. Mede dankzij contracten met buitenlandse bedrijven, zoals de in Sluiskil gevestigde kunstmestproducent Yara, startte dit jaar de opslag van CO2 in het Noorse deel van de Noordzee. Koning Willem-Alexander is er in 2024 zelfs op werkbezoek geweest.”
Volgens Brandsma blijft het belangrijk om de landsgrenzen niet compleet uit het oog te verliezen. “De nationale regelgeving is toch echt verschillend. Bouwbedrijven hebben in ieder land bijvoorbeeld te maken met andere regels.” Ook De Krijger wijst op het belang van een regionale blik. “De landen hebben in het algemeen vaak te maken met dezelfde problemen, en denken vergelijkbaar over mogelijke oplossingen. Dat maakt het voor bedrijvenmissies de moeite waard meerdere Noordse landen te bezoeken. Dat zagen we vorig jaar tijdens een waterstofmissie naar zowel Zweden als Finland. De verwachte groei van de waterstofproductie creëert kansen voor Nederlandse ondernemers en tijdens de missie konden deelnemers zich op beide markten oriënteren.” Maar het is ook belangrijk op lokaal niveau te blijven kijken. De Jong: “Voor steden is de vraag naar innovatieve duurzame oplossingen onverminderd groot gebleven. De huidige versnelling naar verduurzaming komt in toenemende mate door lokale overheden en het bedrijfsleven.”
“Denken over veiligheid is altijd in de Finse mentaliteit blijven hangen”
Plaatsvervangend ambassadeur en hoofd van de economische afdeling van de Nederlandse ambassade in Finland.
Wat zijn de do's en don’ts als het gaat om bedrijfscultuur?
Volgens alle vier de geïnterviewden gaat de Nederlandse bedrijfscultuur prima samen met die in de Nordics. Brandsma: “Denemarken is vaak het eerste land waar bedrijven actief worden, om daarna letterlijk ‘de brug over te gaan’ naar de andere landen. Bedrijven hebben vaak het idee dat de Deense zakencultuur het dichtst bij de Nederlandse ligt, maar eigenlijk geldt dat alle Nordics aardig bij elkaar in de buurt liggen.”
De Jong voegt toe dat het wel handig is op een paar dingen extra te letten. “In alle landen geldt dat bescheidenheid loont. De mensen hier krijgen bijna een allergische reactie van gladde verkooppraatjes. Als de kwaliteit van je product in orde is, komt het wel goed.” “En wees niet te direct”, vult Smit glimlachend aan. “Daar zijn Nederlanders wereldkampioen in, maar dat komt niet altijd even goed over. Luister goed en zorg voor een strak geplande vergadering, daar houden zeker de Noren van. En weet waar je het over hebt. Directeuren zijn meestal geen generalisten, maar echt de productexperts, die binnen het bedrijf zijn opgeklommen.”
De Krijger sluit af met een laatste tip. “Net als in Nederland houdt niet ieder mens van dezelfde aanpak. Finnen staan te boek als introvert, maar dat is onterecht. Een Fin geeft inderdaad niet ongevraagd een mening, maar als je ernaar vraagt zijn ze vaak heel vriendelijk en behulpzaam.”
De Nederlandse ambassades in Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland zijn per e-mail bereikbaar via [email protected], [email protected], [email protected] en [email protected].
Milan van Genderen
ministerie van Buitenlandse Zaken