In hoofdstuk 8 van het ADR staat een aantal voorschriften waaraan de bemanning van het voertuig zich moet houden:

  • Behalve de voertuigbemanning is het in voertuigen die beladen zijn met gevaarlijke stoffen niet toegestaan om passagiers te vervoeren.
  • De bemanning van het voertuig moet weten hoe zij de brandblusapparaten moet gebruiken.
  • Tijdens het vervoer is het verboden om colli met gevaarlijke goederen te openen.
  • Het is verboden een voertuig binnen te gaan met een verlichtingsapparaat met een vlam. Verlichtingsapparaten mogen geen metalen oppervlak hebben dat vonken kan veroorzaken.
  • Tijdens laden, lossen en behandeling is het verboden te roken in de nabijheid van en in voertuigen.
  • De bemanning moet de motor moet tijdens het laden en lossen afzetten, tenzij deze wordt gebruikt om pompen of andere toestellen aan te drijven. De wettelijke bepalingen van het land waar het voertuig zich bevindt moet dit toestaan.
  • Het is verplicht de parkeerrem te gebruiken als de chauffeur een voertuig beladen met gevaarlijke stoffen parkeert.
  • De bemanning moet zich kunnen identificeren door middel van een pasfoto.
  • De chauffeur moet in het bezit zijn van een geldig ADR vakbekwaamheidscertificaat.
  • De bemanning moet ervoor zorgen dat de voertuiguitrusting compleet is.

Ook moet de chauffeur zich houden aan voorschriften als tunnelbepalingen, gemeentelijke routering en rijden bij mist en slechte wegen.

Indien volgens een ADR vrijstellingsregeling wordt vervoerd, zijn niet alle bovengenoemde voorschriften van toepassing.

 

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder