Voertuiguitrusting
Volgens het ADR moet bij vervoer waarop de ADR-voorschriften voor voertuiguitrusting van toepassing zijn, de volgende uitrusting in de transporteenheid aanwezig zijn:
- Een keg of stopblok van een grootte die past bij de maximale massa van de transporteenheid en de diameter van het wiel.
- Twee zelfstandig staande waarschuwingssignalen (bijvoorbeeld gevarendriehoeken).
- Voor elk bemanningslid een waarschuwingsvest, een draagbaar verlichtingsapparaat, beschermende handschoenen en bescherming voor de ogen.
De chauffeur moet een gevarenkaart bij zich hebben wanneer dat volgens het ADR vereist is. De gevarenkaart wordt in het ADR ook wel ‘de schriftelijke instructies’ genoemd. Hierin staat de aanvullende uitrusting vermeld. Welke aanvullende uitrusting aanwezig moet zijn, is afhankelijk van de etiketnummers van de te vervoeren gevaarlijke stoffen:
- Voor etiketnummers 3, 4.1, 4.3, 8 en 9: een schop, rioolafdichting en een opvangreservoir.
- Voor etiketnummers 2.3 of 6.1: een vluchtmasker voor noodgevallen;
- Met uitzondering van etiketnummers 1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 2.2 en 2.3: vloeistof om de ogen te spoelen.
Brandblussers
Bij ADR-vervoer moet de transporteenheid voorzien zijn van draagbare brandblussers conform ADR 8.1.4. Er moet minimaal een draagbare brandblusser aanwezig zijn met een capaciteit van 2 kg poeder, of een overeenkomstige capaciteit van een ander geschikt blusmiddel voor brandklassen A, B en C. De brandblusser is bedoeld voor het blussen van een brand in de motor of cabine.
Bij vervoer onder de vrijstelling van ADR 1.1.3.6, de zogenoemde 1000 puntenregeling, volstaat in beginsel één draagbare brandblusser van minimaal 2 kg poeder, of een overeenkomstige capaciteit van een ander geschikt blusmiddel voor brandklassen A, B en C.
Voor volledig ADR-vervoer gelden, afhankelijk van de maximaal toegestane massa van de transporteenheid, de volgende totale minimumcapaciteiten:
- Voor transporteenheden met een maximaal toegestane massa van meer dan 7,5 ton: een of meer draagbare brandblussers met een totale minimumcapaciteit van 12 kg poeder, waarvan ten minste één brandblusser een minimumcapaciteit van 6 kg heeft.
- Transporteenheden met een maximaal toegestane massa van meer dan 3,5 ton tot en met 7,5 ton: een of meer draagbare brandblussers met een totale minimumcapaciteit van 8 kg poeder, waarvan ten minste één brandblusser een minimumcapaciteit van 6 kg heeft.
- Transporteenheden met een maximaal toegestane massa tot en met 3,5 ton: een of meer draagbare brandblussers met een totale minimumcapaciteit van 4 kg poeder.
De capaciteit van de vereiste brandblusser voor brand in de motor of cabine mag je meetellen voor de totale minimumcapaciteit van de brandblussers. Brandblussers moeten zijn verzegeld. Daarnaast moeten ze voorzien zijn van een merkteken waaruit blijkt dat ze voldoen aan een door de bevoegde autoriteit erkende norm. Ook moet de datum van de volgende inspectie of de uiterste gebruiksdatum zichtbaar zijn. Tijdens het vervoer mag deze datum niet verstreken zijn. De brandblussers moeten makkelijk bereikbaar zijn voor de bemanning van het voertuig en beschermd zijn tegen weersinvloeden.
Vragen over gevaarlijke stoffen?
Dana en haar collega's helpen je graag verder
