Uitzonderingen op de hoofdregel voor B2B-diensten

Het aantal uitzonderingen op de hoofdregel voor B2B-diensten wordt met de nieuwe regels fors beperkt.

Een aantal uitzonderingen blijven desondanks gehandhaafd om recht te doen aan het uitgangspunt dat de belasting in beginsel wordt geheven in de lidstaat waar de dienst daadwerkelijk wordt verbruikt. Het gaat om de volgende uitzonderingen:

  • Diensten met betrekking tot een onroerende zaak worden belast op de plaats waar de onroerende zaak is gelegen. Hieronder vallen mede de diensten van experts en makelaars in onroerende zaken, het bieden van accommodatie zoals in hotels en op kampeerterreinen, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerende zaak (zoals de toegang tot tolwegen) alsmede diensten ter voorbereiding op de uitvoering van bouwwerken zoals diensten van architecten.
  • De plaats van personenvervoerdiensten is de plaats waar het vervoer daadwerkelijk plaatsvindt en naar verhouding van de afgelegde afstanden.
  • Diensten in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve en vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten zoals beurzen en tentoonstellingen, zijn belast op de plaats waar die activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.
  • Alleen voor het verlenen van toegang tot evenementen waarvoor een ticket is vereist, blijft de uitzondering van kracht zodat de aanbieder van dergelijke diensten geen onderscheid hoeft te maken tussen zijn afnemers. Deelname aan seminars en conferenties waarvoor geen toegangsbewijs nodig is, omdat deelname vooraf wordt geregeld, valt niet onder het begrip toegang verlenen.
  • Restaurant- en cateringdiensten zijn belastbaar op de plaats waar deze diensten daadwerkelijk worden verricht. Restaurant- en cateringdiensten die worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer, zijn belast op de plaats van vertrek.
  • Kortdurend verhuur/leasing van een vervoermiddel (ononderbroken bezit/gebruik van ten hoogste 30 dagen en voor schepen 90 dagen) is belast op de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking wordt gesteld aan de afnemer.

Nieuwe 'listingplicht' voor verlegde B2B-diensten

Naast een nieuwe hoofdregel voor B2B-diensten is er ook een listingplicht voor verlegde B2B-diensten aan andere ondernemers in de EU. Leveranciers dienen vanaf 1 januari 2010 ieder kwartaal een lijst in bij de Belastingdienst, waarop alle verlegde diensten aan buitenlandse afnemers staan vermeld. Er is een opgaafformulier ontwikkeld waarbij goederenleveringen en diensten in twee aparte kolommen moeten worden vermeld.

Vrijgestelde diensten (zowel de echte vrijgestelde diensten als diensten belast met het 0%-tarief) moeten buiten de listing blijven. Maar omdat iedere lidstaat andere regels voor vrijstellingen kent, moet de dienstverlener iedere keer nagaan of de dienst in de lidstaat van de afnemer wel of niet is vrijgesteld. Temeer omdat de Belastingdienst een boete kan opleggen bij een onjuiste listing.

Indienen opgaaf

De opgaaf Intracommunautaire Leveringen (opgaaf ICL) heet vanaf 1 januari 2010 de opgaaf Intracommunautaire Prestaties (opgaaf ICP, zie Bijlagen). De opgaaf kan alleen nog maar elektronisch (via het Persoonlijk Domein of eigen software) worden ingediend.

Ondernemers kunnen zelf kiezen of ze de opgaaf ieder kwartaal of iedere maand willen indienen. Alleen voor goederenleveringen geldt dat een maandelijkse opgaaf verplicht is als de grens van 100.000 euro aan goederenleveringen per kwartaal wordt overschreden. Wanneer ondernemers voor goederenleveringen per maand de opgaaf indienen en voor diensten per kwartaal, moeten ze in de derde maand twee afzonderlijke opgaven indienen en niet de diensten bij de opgaaf van de goederenleveringen in de derde maand vermelden. Dat kan het systeem niet aan. Let op: alleen B2B-diensten die onder de hoofdregel vallen (verlegde diensten) moeten worden opgegeven.

Ondernemers die maar 1 keer per jaar aangifte doen voor de omzetbelasting, hoeven ook de opgaaf ICP maar 1 keer per jaar in te dienen. Ondernemers komen alleen voor een jaaropgaaf in aanmerking als hun leveringen en diensten minder dan 200.000 euro per jaar bedragen (is exclusief omzetbelasting). Ook mag het totaalbedrag aan intracommunautaire leveringen niet meer dan 15.000 euro per jaar bedragen en mag het niet gaan om leveringen van nieuwe vervoermiddelen. Ondernemers die aan deze voorwaarden voldoen, kunnen een verzoek indienen bij de inspecteur.

In de btw-aangifte zijn leveringen en diensten niet gescheiden. Diensten moeten worden opgeteld bij de intracommunautaire leveringen en in een totaalbedrag worden opgegeven. Dit geldt zowel voor de diensten die door de ondernemer zijn verricht (rubriek 3b) als voor de diensten die aan de ondernemer zijn geleverd (rubriek 4b).

Wijziging in listing voor goederenleveringen

Ondernemers die voor meer dan 100.000 euro per kwartaal aan goederenleveringen hebben, moeten een keer per maand hun listing indienen in plaats van een keer per kwartaal. Ondernemers die onder de drempel blijven mogen voor de listing een tijdvak van een kalenderkwartaal blijven aanhouden.

Als een ondernemer gedurende het tijdvak van een kalenderkwartaal de drempel van 100.000 euro overschrijdt moet hij alsnog aan het eind van de maand volgend op de maand van overschrijding overgaan naar een listing per maand. Tevens moet hij de listing van eventuele eerder verstreken maanden indienen.

 

Onze ledenadviseur Evert-Jan
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Evert-Jan en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder