Deadline EUDR komt snel dichterbij | evofenedex
 
 
skipToContentskipToFooter

Bedrijven worstelen nog met herkomstgegevens en risicobeoordeling

Na twee keer uitstel lijkt de Europese ontbossingsverordening (EUDR) definitief werkelijkheid te worden. Vanaf 30 december 2026 moeten bedrijven kunnen aantonen dat hun producten ontbossingsvrij zijn. Juist de praktische uitvoering daarvan roept nog veel vragen op.

De Europese ontbossingsverordening (EUDR) leek lange tijd een bewegend doelwit. De Europese Commissie stelde de invoering twee keer uit, voerde administratieve vereenvoudigingen door en beperkte hier en daar de scope van de verordening. Daardoor ontstond bij veel ondernemers het gevoel dat er nog ruimte was om af te wachten. Toch staat één ding inmiddels vast: vanaf 30 december 2026 moeten bedrijven kunnen aantonen dat hun producten niet bijdragen aan ontbossing. De vraag is niet meer óf de EUDR eraan komt, maar of je organisatie er klaar voor is.

Tegelijkertijd is de kern van de wetgeving onveranderd gebleven. Bedrijven die producten importeren of exporteren die cacao, koffie, hout, soja, runderen, rubber of palmolie bevatten, moeten kunnen aantonen dat hun producten niet bijdragen aan ontbossing. Ook moeten ze in het bezit zijn van een zorgvuldigheidsverklaring (due diligence statement, DDS).

EUDR-stappenplan

Een handig document van 72 pagina’s met stroomschema’s, toelichtingen, praktijkvoorbeelden, FAQ’s en meer. Dit helpt je stap voor stap door de verplichtingen heen.

custom

In de EUDR-implementatiewerkgroep van evofenedex zien we dat veel bedrijven de Europese wet inmiddels begrijpen. De discussies gaan steeds minder over de tekst van de verordening en steeds vaker over de vraag hoe je deze wet in de praktijk uitvoert. Daar schuilt dan ook de echte uitdaging. Voor de meeste bedrijven zit die niet in hun eigen organisatie, maar diep in de keten. De benodigde informatie moet vaak afkomstig zijn van leveranciers die zich meerdere schakels verderop bevinden.

Belangrijk misverstand

Vooral geolocatiegegevens en informatie over de herkomst van grondstoffen blijken lastig te verkrijgen én te verifiëren. Daarbij ontstaat soms een belangrijk misverstand. Een geolocatie op zichzelf bewijst niet dat een product EUDR-compliant is. Hiervoor moeten bedrijven ook kunnen aantonen dat de door hen ontvangen informatie betrouwbaar is en dat eventuele risico's voldoende zijn beoordeeld. Die verantwoordelijkheid ligt bij henzelf, ook wanneer ze externe auditors, certificeringspartijen of softwareplatforms inzetten.

Een geolocatie op zichzelf bewijst niet dat een product EUDR-compliant is

Willemijn Gwanmesia

Programmamanager Europese duurzaamheidswetgeving en trade compliance bij evofenedex.

custom

De grootste verantwoordelijkheid ligt bij de importeur, want deze is de eerste marktdeelnemer die het product op de Uniemarkt brengt. De importeur moet kunnen aantonen dat aan de wettelijke verplichtingen is voldaan. Dit vraagt meer dan het verzamelen van documenten. De importeur moet beoordelen of de informatie volledig, betrouwbaar en controleerbaar is. Daarmee verschuift de uitdaging van administratieve verwerking naar risicobeoordeling en een goede onderbouwing hiervan.

Juist daar lopen veel bedrijven in de praktijk tegenaan. In internationale ketens ontbreekt niet altijd de informatie, maar wel de mogelijkheid om die informatie zelfstandig te controleren. De vraag wordt daardoor steeds vaker niet welke gegevens nodig zijn, maar hoe je aantoont dat je op die gegevens kunt vertrouwen.

Nog veel open eindjes

In de implementatiewerkgroep merken we dat bedrijven steeds meer voortgang boeken bij hun voorbereidingen. Tegelijkertijd blijven belangrijke vragen bestaan. Wanneer is het bewijs voldoende? Hoever moet je gaan bij het controleren van leveranciers? En wat verwacht een toezichthouder van de onderbouwing van gemaakte keuzes?

De vereenvoudigingen van de Europese Commissie rond de EUDR hebben een deel van de onzekerheid weggenomen, maar niet alle vragen van ondernemers beantwoord. Vooral rond risicobeoordeling en -beperking zoeken bedrijven nog naar praktische handvatten.

Terwijl bedrijven hun voorbereidingen afronden, komt het moment van handhaving dichterbij. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bereiden zich voor op hun taken. Toezichthouder NVWA voert onder meer proefinspecties uit om alvast inzicht te krijgen in de praktijk als ze straks controles moet verrichten.

Hoever moet je gaan bij het controleren van leveranciers?

De belangrijkste boodschap die evofenedex aan ondernemers wil meegeven is: wacht niet langer. Breng in kaart welke producten onder de EUDR vallen, bepaal welke informatie je van leveranciers nodig hebt en zorg dat die gegevens aantoonbaar juist zijn en goed zijn vastgelegd. Betrek daarbij niet alleen je compliance- en douanespecialisten, maar ook collega's van inkoop, IT en het management.

Deadline staat vast

De ervaringen uit de praktijk laten zien dat de EUDR geen complianceproject van één afdeling is. De ontbossingsverordening raakt de hele organisatie. En hoewel de regels op onderdelen eenvoudiger zijn geworden, staat de deadline inmiddels echt vast. Na twee keer uitstel lijkt 30 december 2026 misschien nog ver weg. Maar voor bedrijven die hun keteninformatie nog op orde moeten brengen, is de tijd die resteert korter dan het lijkt.

Vragen over de IMVO denktank of aanmelden?

Willemijn helpt je graag verder

Willemijn