skipToContentskipToFooter

Vijf vragen over de nieuwe Europese ontbossingsverordening

Vanaf 30 december 2026 is de handel in producten als koffie en rubber die afkomstig zijn van ontbost land verboden in de Europese Unie. Bedrijven proberen zich hier zo goed mogelijk op voor te bereiden, maar nog niet alles is duidelijk.

Nieuwe cijfers van Global Forest Watch lijken op het eerste gezicht positief: het verlies aan tropisch bos is in 2023 ten opzichte van 2022 met 9 procent afgenomen. Desondanks blijft de snelheid waarmee tropisch bos verdwijnt hardnekkig hoog. In 2023 verdween er zo’n 37.000 vierkante kilometer, een gebied bijna zo groot als Zwitserland. De EU Deforestation Regulation (EUDR) komt dus geen moment te vroeg. Dit artikel beantwoordt een aantal eerste vragen over deze ontbossingsverordening. Let op, voor houtproducten geldt een aantal uitzonderingen die we hier niet behandelen.

Wat houdt het verbod in?

De EUDR gaat voor middelgrote en grote bedrijven in op 30 december 2026. Kleine en microbedrijven volgen op 30 juni 2027. Daarmee is de volledige verordening voor alle bedrijfsgroottes met één jaar uitgesteld. Vanaf deze data is het verboden om bepaalde producten op de Europese markt te brengen, te verhandelen of te exporteren als je niet aan de regels voldoet. Bedrijven moeten daarbij aantonen dat zij voldoen aan drie kernvoorwaarden:

  1. Ze zijn ontbossingsvrij. In grote lijnen betekent dit dat een product niet geproduceerd mag zijn op land dat na 31 december 2020 is ontbost (ook niet als volgens lokale regels de ontbossing legaal was);
  2. Ze voldoen aan de lokale sociale en duurzaamheidswetgeving in het land van productie. Denk hierbij aan mensenrechten, landrechten en milieuwetten;
  3. Ze zijn voorzien van een due diligence-verklaring waarin staat dat er een verwaarloosbaar risico is dat het product niet aan de EUDR voldoet. De Nederlandse term voor due diligence is gepaste zorgvuldigheid, wat een doorlopend proces inhoudt om risico’s in kaart te brengen en aan te pakken.

Let op, het verbod geldt dus ook voor producten die nu geproduceerd worden maar pas na ingangsdatum op de markt komen.

Om welke producten gaat het?

Er vallen zeven commodity's onder de verordening: vee, cacao, koffie, palmolie, rubber, soja en hout. En daarnaast veel afgeleide producten zoals vlees, leer, chocola, houtproducten, papier en glycerol. In de verordening is een lijst opgenomen met nummers uit de gecombineerde nomenclatuur (GN-nummers) waarvoor het verbod geldt. Staat een artikel niet in deze lijst, dan valt dit niet onder de ontbossingsverordening. Uitgangspunt is de GN-code die ook gebruikt wordt bij de aangifte ten invoer of aangifte ten uitvoer. Heb je verpakkingsmateriaal en het gaat in een product dat niet op de lijst voorkomt, dan valt dat product buiten de reikwijdte van deze wetgeving. Verder gaat het alleen om grondstoffen en producten die op of na 29 juni 2023 zijn gewonnen of geproduceerd.

Wat moet er in de due diligence-verklaring staan?

Een bedrijf dat een EUDR-product op de EU-markt wil brengen, eerst een due diligence-verklaring afgeven aan de betreffende nationale autoriteit. Het bedrijf is ook verantwoordelijk voor het due diligence-proces zelf. Dit bevat drie verplichte stappen:

  1. Het verzamelen van gedetailleerde informatie die aantoont dat een product voldoet aan de EUDR, waaronder nauwkeurige geografische informatie over het stuk land waar de grondstoffen zijn ontgonnen;
  2. Het uitvoeren van een risicoanalyse waaruit blijkt hoe groot het risico is dat een product niet voldoet aan de EUDR (hoog, normaal of laag risico);
  3. Het terugbrengen van risico’s naar een verwaarloosbaar niveau.

Ook bedrijven die EUDR-producten exporteren, zijn verplicht deze drie stappen te doorlopen.

Bepaalde landen zullen door de Europese Commissie bij voorbaat al als ‘laag risico’ bestempeld worden. Hiervoor geldt dan voor onderdeel 2 en 3 een vereenvoudigde due diligence-procedure. De Europese Commissie heeft landen ingedeeld in laag, standaard en hoog risico op ontbossing voor EUDR‑grondstoffen, wat bepaalt hoe uitgebreid de due‑diligenceplicht is en welk controlepercentage lidstaten moeten toepassen. De landenlijst is beschikbaar, waarbij ‘laag risico’-landen gebruik kunnen maken van een vereenvoudigde procedure.

Hoe kom ik aan informatie over lokale wet- en regelgeving?

Op aandringen van onder meer evofenedex heeft de Europese Commissie toegezegd een portaal in te richten waar relevante wet- en regelgeving uit bronlanden wordt verzameld. Dit zal geen volledige lijst zijn, maar neemt bedrijven in elk geval een deel van het werk uit handen. De verantwoording voor het in kaart hebben en naleven van lokale duurzaamheids- en sociale wetgeving blijft bij bedrijven liggen. De verantwoordelijkheid om alle duurzaamheids- en sociale wetgeving in kaart te brengen én na te leven blijft bij bedrijven zelf. evofenedex heeft daarom alvast een eigen overzicht met bronnen opgesteld in het EUDR‑stappenplan. Dit stappenplan is voor leden gratis te downloaden via EUDR-stappenplan | evofenedex.

Wat verandert er in mijn douaneprocessen?

  1. De Europese Commissie heeft een EUDR‑informatiesysteem ontwikkeld waarin bedrijven zich moeten registreren en hun een verklaring moeten indienen. Dit systeem is gebaseerd op TRACES, dat veel importeurs al kennen vanuit fytosanitaire verplichtingen. Voor elke zending maak je eerst een due‑diligenceverklaring aan en registreer je onder meer de gps‑coördinaten van de bronlocatie. Het platform genereert vervolgens een referentienummer, dat je verplicht moet opnemen in je invoeraangifte. De douane controleert jouw invoeraangifte én de due‑diligenceverklaring in het Information System of the Deforestation Regulation (TRACES).

Als de controle wordt goedgekeurd, wordt de zending vrijgegeven. Wordt de verklaring of aangifte afgekeurd, dan draagt de douane de zending over aan de NVWA voor verdere beoordeling. In je douaneaangifte moet je daarnaast met een bescheidcode aangeven onder welke categorie jouw product valt; in de tabel hieronder zie je welke code je wanneer gebruikt. Voor producten die qua HS‑code wel in de EUDR‑bijlage staan, maar via een ex‑code zijn uitgezonderd, gebruik je bescheidcode Y129.

Onduidelijkheid

In Nederland houden de Douane en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit toezicht op de EUDR. Zij organiseren kwartaalbijeenkomsten voor brancheorganisaties en ondernemersverenigingen, waar evofenedex vragen stelt en zorgen van ondernemers aankaart. Helaas zijn veel details over de uitvoering van de verordening nog niet duidelijk. De verwachting is dat de Europese Commissie dit voorjaar de meeste vragen vanuit het bedrijfsleven zal beantwoorden.

Dit artikel is geschreven door Elmar Otten, senior beleidsadviseur Internationaal Ondernemen bij evofenedex. Het artikel is ook verschenen in globe, het magazine voor internationaal ondernemen van evofenedex.

Themagroep EUDR

evofenedex heeft in haar community-omgeving (exclusief voor leden) een themagroep over EUDR waar je het laatste nieuws kunt lezen, en vragen kunt stellen aan andere ondernemers of medewerkers van evofenedex. Daarnaast starten er twee werkgroepen. Een voor handels- en productiebedrijven en een voor logistiek dienstverleners. In deze werkgroepen kom je in een vaste samenstelling bij elkaar (offline en online), en help je elkaar de EUDR te implementeren. De eerste bijeenkomst bepalen we gezamenlijk hoe we dit gaan aanpakken, prioriteren we de thema’s en maken we werkafspraken. Samen weten en kunnen we meer dan ieder voor zich.

Wil je je ook aanmelden voor deze werkgroepen of is dit interessant voor een collega? En is jouw organisatie lid van evofenedex? Stuur dan een bericht naar de ledenservice via de button onderaan deze pagina.

Vragen over internationaal ondernemen?

Alice en haar collega's helpen je graag verder

Alice evofenedex