skipToContentskipToFooter

16-12-2025

Elektrisch werken heeft grote invloed op de bedrijfsvoering

E

Zo pakt idverde de duurzame transitie aan

De transitie naar emissieloos werken vraagt meer dan alleen elektrisch materieel aanschaffen. idverde NL, specialist in ontwerp, aanleg en onderhoud van groenvoorzieningen, pakt zijn transitie projectmatig aan. Dat blijkt in een gesprek met procurement manager Ron Smits.

Kom je in het Grensmaas-gebied, dan is er een goede kans dat je materieel van idverde aan het werk ziet. In het Rotterdamse havengebied is dat niet anders. Maar ook in het onderhoud van stedelijk groen en bij de aanleg van daktuinen kun je de medewerkers, auto’s en machines van idverde aantreffen. 

idverde, waarvan de kleine i officieel cursief wordt geschreven, is een gevestigde naam in de Nederlandse groensector. Het bedrijf maakt sinds 2018 deel uit van de internationale idverde Group, een concern dat in zes landen actief is en in Nederland ruim zeshonderd medewerkers heeft. Die voeren werk uit voor (semi-)overheidsinstanties, grote bedrijven, recreatieparken, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en onderwijsinstellingen.

Focus op elektrisch

Alle grote groenvoorzieners en aannemers zien dat opdrachtgevers nu in tenders en contracten eisen dat werkzaamheden zonder uitstoot van fossiele brandstoffen worden verricht. Dat houdt in dat voor de uitvoering van werkzaamheden elektrisch materieel of materieel op waterstof wordt gevraagd. 

idverde NL heeft de transitie naar zero-emissie werken grondig aangepakt, blijkt in een gesprek met procurement manager Ron Smits. “Veel van onze opdrachtgevers zien 2030 als het jaar waarin al het materieel emissievrij moet zijn. Bij ons ligt de focus op elektrisch. “Die technologie is ver ontwikkeld en is goed toepasbaar. Waterstof is voor ons nu nog geen optie.”

Smits werkt inmiddels ruim anderhalf jaar bij idverde NL en is verantwoordelijk voor de strategie bij de inkoop van onder meer elektrische bedrijfsmiddelen voor de zestien locaties van idverde Realisatie. Dit is de werkmaatschappij van idverde NL die zich bezighoudt met de aanleg en het onderhoud van groenprojecten. De andere werkmaatschappijen zijn idverde Advies, idverde Bomendienst en idverde IPM, het bedrijf voor grote projecten. 

“We maken gebruik van uiteenlopend materieel, van gereedschappen en maaimachines tot kleine shovels, busjes en vrachtwagens. De uitdaging is goed in beeld te brengen wat de eisen van opdrachtgevers betekenen voor elke locatie van idverde”, aldus Smits.

“De uitdaging is goed in beeld te brengen wat de eisen van opdrachtgevers betekenen voor elke locatie”

Onderzoek

De centrale vraag die Smits moest zien te beantwoorden was wat het voor de bedrijfsvoering op de locaties betekent wanneer daar in 2030 voornamelijk elektrische gereedschappen en elektrisch materieel in gebruik zijn. Hij kon daarvoor de hulp van een afstudeerder inroepen. Dat werd Bas van der Velden, student aan de Tio Business School in Eindhoven, een hogeschool met de studierichting International Business Management, waar duurzaamheid van bedrijfsvoering vaak aan bod komt. Van der Velden kreeg de opdracht om in kaart te brengen hoe idverde Realisatie materieel en vervoer kan elektrificeren en welke kansen en knelpunten daarbij ontstaan.

Hij begon zijn onderzoek met een inventarisatie van alle gereedschappen en materieel en het huidige stroomverbruik, gevolgd door een prognose van het verwachte verbruik voor de komende jaren. “Niet alleen voor 2030, maar ook voor elk jaar daarvoor. Je kunt wel in stappen machines en voertuigen in gebruik nemen, maar als de stoppen doorslaan, schiet je niet op. En dat is enkele keren gebeurd”, vertelt Smits.

“De vestigingen van idverde Realisatie zijn met aansluitingen van maximaal driemaal tachtig ampère geen grootverbruikers”, stelt Van der Velden. “Maar het zijn wel aansluitingen die verzwaard moeten worden. Dat geldt voor bijna alle vestigingen. Bij één vestiging was die verzwaring urgent, anders zou door de komst van nieuw materieel rond de komende jaarwisseling daar al een knelpunt ontstaan. Bij zo’n verzwaring gaat het niet alleen om de aansluiting zelf. Ook de meterkast en de bliksembeveiliging van een locatie moeten worden aangepast.”

Load balancing

Bij de prognoses is ook gekeken naar de ontwikkeling van elke vestiging. Van der Velden: “We hebben bij het bepalen van het toekomstige stroomverbruik rekening gehouden met een toename van werkzaamheden en de instroom van materieel. Tegelijkertijd hebben we voor de locaties berekend hoeveel en welke laadpalen we nodig hebben om in 2030 het materieel te laden. Dat lijkt eenvoudig, maar het plaatsen van laadpalen is de grootste kostenpost”, aldus de onderzoeker.

“Op een door ons overgenomen locatie hebben we ook de laadpalen van drie merken overgenomen”, vult Smits aan. “Dat is niet erg, maar op termijn gaan we naar één merk. Als we over een paar jaar load balancing willen en het laden van batterijen over de dag en over het materieel dus willen balanceren, is het eenvoudiger om met één merk te werken.”

Het verbruik kent pieken. Van der Velden: “Vroeg in de ochtend vertrekken de werkbussen en werktuigen. Die komen na vieren weer terug. We hebben dan een piek in de vraag, maar we willen naar gefaseerd laden om de piekbelasting te beperken. Als de buitendienst weg is, komen de auto’s van bezoekers en kantoormedewerkers. Ook dan is er een piek.”

De komst van elektrische voertuigen en werktuigen heeft invloed op de keuze van locaties voor regionale vestigingen

De energievoorziening is een belangrijk gegeven geworden voor de vestigingen, constateert Smits. “Voorheen keek je naar de rijafstanden naar de projecten en naar de grootte van een gebouw en buitenterrein. De vierkante meters zijn nog steeds van belang, maar de zwaarte van de netaansluiting is nu minstens zo belangrijk.”

Ook de inrichting van het buitenterrein is belangrijker geworden. Smits: “Dat was altijd vooral een opslagterrein, maar nu moeten we ook ruimte bieden aan werktuigen en bussen die aan een lader staan. Dat betekent dat we op het buitenterrein meer laadpalen krijgen. En dat we misschien moeten denken aan de aanleg en inrichting van laadpleinen. Dat is een grote verandering voor ons. Onze machines en bedrijfsbussen stonden meestal binnen, en het tanken gebeurde op de locatie of bij een tankstation.”

Veel overleg nodig

Misschien niet zo opvallend, maar ook de zogeheten bosmaaiers en andere handgereedschappen zijn niet langer benzineverbruikers. Smits: “Voor het laden van de accu’s voor handgereedschap moesten we ook een oplossing vinden. Het gaat om enkele tientallen accu’s per vestiging. Onze verzekeraar eist dat we de laders in explosievrije kasten plaatsen. Daar moet je een veilige plek voor vinden.”

Daarmee komt Smits op het overleg met externe partijen. “Adviesbedrijven, energie­leveranciers, netbeheerders, verzekeraars, verhuurders, installatiebedrijven en laadpaalleveranciers, iedereen is op enig moment bij de energietransitie betrokken.” 

Wat het voor idverde NL extra uitdagend maakt, is dat alle vestigingen huurlocaties zijn. “Dat betekent dat alle aanpassingen moeten worden overlegd met de verhuurder, of het nu gaat om het verzwaren van de aansluiting of het plaatsen van laadpalen. Dan moet je ook denken aan de toekomst. Als we besluiten te verhuizen, moeten we weten of we het pand in de oorspronkelijke staat moeten terugbrengen en installaties kunnen verhuizen, of dat de verhuurder die overneemt. Dat is bij een vestiging aan de orde: waarin investeren we om de bedrijfsvoering voort te zetten en om aan de afspraken met opdrachtgevers te voldoen”, aldus Smits.

Wat het voor idverde NL extra uitdagend maakt, is dat alle vestigingen huurlocaties zijn

Cijfers verzamelen

Voor het onderzoek heeft Van der Velden samen met Smits zoveel mogelijk concrete verbruikscijfers verzameld. Smits: “Dat is niet eenvoudig gebleken. Voor groenbedrijven en andere aannemers is elektrificatie nog een nieuw aandachtsgebied. We zijn begonnen met een bezoek aan de Vakbeurs Energie om een beeld te krijgen. En verder heeft relatiemanager Joost Christis van evofenedex ons op weg geholpen om bedrijven te vinden die met dezelfde vragen zitten of al wat verder zijn. Maar voor veel bedrijven geldt dat er nog weinig cijfers zijn.”

Van der Velden vult aan: “Leveranciers kunnen een indicatie geven van het verbruik per uur van een bladblazer, bosmaaier, handmaaier of bestelbus. Maar goede kengetallen voor een bedrijf als idverde NL zijn er nog niet veel. We moesten zelf inschatten hoeveel uur een machine in gebruik is en hoe vaak je de batterij moet laden. Maaiers maken meer bedrijfsuren dan een bladblazer. En wat winterse werkzaamheden voor invloed hebben, weten we niet.”

Inmiddels is het bedrijf al wat verder in zijn transitie. Smits: “Door het onderzoek van Bas hebben we meer inzicht gekregen en hebben we dit jaar al meer realistische informatie over het verbruik van machines verzameld. We gaan daarmee door voor het opzetten van een EMS, een AI-gedreven energie­managementsysteem waarin alle componenten worden meegenomen. Dit is een systeem dat het energieverbruik en de energieopwekking en -opslag in een organisatie intelligent aanstuurt en optimaliseert.’’

Verkrijgbaarheid materieel

De verkrijgbaarheid van materieel is een ander vraagstuk. Smits: “Voor de hand­gereedschappen hebben we centraal afspraken gemaakt met onze leverancier voor levering en leasing. Zij verzorgen ook de periodieke keuring en onderhoud van laders en machines. Voor groot werkmaterieel bevinden we ons in een echte nichemarkt, met slechts een beperkt aantal aanbieders. Dan is verkrijgbaarheid van materieel soms een uitdaging. Maar wij hebben nu ook de mogelijkheid bewust te kiezen voor materieel dat past bij onze duurzame ambities en de specifieke aard van projecten.”

Hij besluit: “Bij bedrijfswagens is het merk­aanbod ruimer, maar ook daar kijken we verder dan alleen levertijden. We volgen de productontwikkelingen in de markt nauw­lettend en maken bewuste keuzes op basis van de beschikbaarheid van verschillende uitvoeringen, de actieradius en het laad- en trekvermogen. Zo bouwen we stap voor stap aan een moderne, efficiënte en duurzame vloot die klaar is voor de toekomst.”

Hulp van evofenedex

evofenedex kan bedrijven helpen bij vraagstukken over laden.

Ed Coenen

Ed Coenen