21-04-2026
Het kleine schip wordt in zijn voortbestaan bedreigd
HKBN en evofenedex luiden noodklok voor kleine binnenvaart
Kleine binnenvaartschepen spelen een belangrijke rol in de bedrijfsvoering van veel verladers. Maar er is veel onderhoud nodig aan vaarwegen en infrastructuur om te kunnen blijven komen waar ze moeten zijn. Daarnaast zien steeds meer schippers er simpelweg geen brood meer in, terwijl de aanwas van nieuwe schippers stokt.
Als verladers gevestigd zijn aan kleinere vaarwegen, is dat over het algemeen een bewuste keuze. Vaak hebben zij stevig geïnvesteerd in hun bereikbaarheid over het water op de lange termijn. Ze zijn daarbij logischerwijs afhankelijk van kleine binnenvaartschepen voor het aan- en afvoeren van hun goederen.
“Voor evofenedex is het van belang dat verladers die aan de kleinere vaarwegen zijn gevestigd ook echt bereikbaar blijven. Als die bereikbaarheid afneemt, heeft dat grote gevolgen voor de levensvatbaarheid van deze bedrijven”, legt beleidsadviseur Ricky Voorn van de ondernemersvereniging uit. “Daar komt nog bij dat transport over water duurzamer is dan wegvervoer. Ook een kleiner schip houdt heel wat vrachtauto’s van de weg.”
“Voor evofenedex is het van belang dat verladers die aan kleinere vaarwegen zijn gevestigd ook echt bereikbaar blijven”
Achterstallig onderhoud
Het beeld dat kleine binnenvaartschepen onder druk staan, wordt herkend door Leny van Toorenburg. Zij is beleidsadviseur bij branchevereniging Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN). Van Toorenburg noemt het achterstallige onderhoud aan vaarwegen en infrastructuur als belangrijkste oorzaak van de uitdagingen.
“Het komt bijvoorbeeld steeds vaker voor dat schepen moeten omvaren, omdat er onderhoud wordt gepleegd aan sluizen. Met een project als Tilburg 3 worden tientallen sluizen en andere objecten in Noord-Brabant en Limburg gerenoveerd. Dat moet natuurlijk ook echt gebeuren, anders lopen we dat achterstallige onderhoud nooit in. Maar in de praktijk gaan sommige sluizen maandenlang dicht. Dat betekent omvaren of vervoer opschorten. En dat heeft nogal gevolgen voor alle binnenvaartschepen, ook de kleinere”, aldus de beleidsadviseur.“Verladers die aan het water zijn gevestigd, moeten op hun vervoerders kunnen bouwen”, vervolgt Van Toorenburg. “Dat vertrouwen wordt geschaad als de vervoerder minder betrouwbaar wordt, bijvoorbeeld omdat hij maandenlang moet omvaren of de verlader zelfs helemaal niet kan bereiken. Dan is het risico dat een verlader kiest voor een andere modaliteit en dat gaat al snel ten koste van de binnenvaart.”
Onmisbaar
Dat blijkt ook uit het verhaal van de Van Nieuwpoort Groep, een van de grotere toeleveranciers van de bouw in Nederland. Van de vijf miljoen ton bouwgrondstoffen die het bedrijf jaarlijks vanuit Nederland, België en Duitsland aanlevert, gaat zo’n 80 procent over het water. De kleine binnenvaartschepen zijn daarbij onontbeerlijk. Van Nieuwpoort werkt met zo’n 35 relatieschepen, waarvan het overgrote deel een laadvermogen van minder dan 1500 ton heeft.
Martijn Boom gaat als operationeel manager bij de Van Nieuwpoort Groep over de ladingstromen en logistiek van het bedrijf. Hij merkt dat de kleine schepen die de onderneming zo hard nodig heeft om zijn sterke marktpositie te behouden, stevig onder druk staan. “Alles over de weg doen wat nu over het water gaat, is eigenlijk geen optie. Maar de realiteit is dat steeds meer schippers van kleine schepen ermee ophouden en dat er weinig nieuwe aanwas is. Als op die manier vervoerscapaciteit over het water wegvalt, verdwijnen die tonnen lading naar de weg.”
VVD-Kamerlid Björn Schutz bezocht met evofenedex Van Nieuwpoort. V.l.n.r.: Schutz, manager Public Affairs Jurgen van der Sloot-Evers en algemeen voorzitter Machiel van der Kuijl van evofenedex, Martijn Boom van Van Nieuwpoort en schipper André Geluk.
Die ontwikkeling kent meerdere oorzaken. Net als Voorn van evofenedex en Van Toorenburg van KBN wijst Boom naar het achterstallige onderhoud aan infrastructuur. En naar de problemen die op het vaarwater ontstaan als er werkzaamheden zijn, zoals door Tilburg 3. Daarnaast is volgens Boom voor veel schippers het probleem dat zij hun bedrijf niet meer rendabel krijgen.
“We zien steeds vaker dat ze hun schip opvaren en er dan mee stoppen. Als daar niets in verandert, zijn de vijftien kempenaars die nu nog voor ons varen over een jaar of tien allemaal verdwenen. Het grote probleem is dat leningen voor die kleinere schepen van de bank in twaalf jaar moeten zijn afgelost, terwijl je ze in die tijd niet kunt afschrijven. Dat is voor schippers eigenlijk niet te doen.”
Zelf lening verstrekken
Boom vindt dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor banken. Met een aflossingstermijn van bijvoorbeeld twintig in plaats van twaalf jaar wordt investeren in een klein binnenvaartschip volgens hem weer rendabel. Intussen sluit de Van Nieuwpoort Groep niet uit dat ze die handschoen zelf oppakt.
“We voeren momenteel gesprekken met een jong iemand die als binnenvaartschipper aan de slag wil. Wellicht kunnen we hem een achtergestelde lening verstrekken en een langdurig vervoerscontract met hem sluiten, zodat beide partijen zekerheden hebben”, vertelt Boom. “Het staat nog niet vast dat we dit gaan doen, maar we moeten dit soort dingen wel overwegen. We willen ons marktvolume behouden en een betrouwbare leverancier voor onze klanten blijven. Daar hebben we een goede bezetting van onze productielocaties voor nodig en dat gaat niet zonder kleine binnenvaartschepen.”
Achterstallig onderhoud aan sluizen en andere infrastructuur komt de betrouwbaarheid van de binnenvaart niet ten goede.
Efficiënter en praktischer
Voorn van evofenedex benadrukt dat kleine binnenvaartschepen een belangrijke economische functie vervullen. Lang niet elk bedrijf is er immers op ingericht grote ladingen ineens te ontvangen of voor vervoer aan te bieden. Dat geldt zowel voor verladers als voor hun klanten. Voor die bedrijven is het veel efficiënter en praktischer om kleinere ladingen te ontvangen. Daar zijn kleine schepen bij uitstek voor geschikt. Die bedienen met hun diverse ladingen en ladinggroottes immers een ander marktsegment dan hun grote soortgenoten.
“De mogelijkheid bestaat om op grotere schepen meerdere kleine ladingen tegelijk te vervoeren. Die worden dan van elkaar gescheiden in verschillende compartimenten. Maar het is door wet- en regelgeving lang niet voor alle soorten lading toegestaan om ze met andere te combineren. Dat geldt bijvoorbeeld voor diervoeders en veel chemische producten. Die moeten individueel worden vervoerd, en bij kleinere hoeveelheden lading bieden kleine binnenvaartschepen dan uitkomst”, aldus Voorn.
Gedeelde uitdagingen
KBN maakt bij haar leden geen onderscheid tussen grote en kleine binnenvaartschepen. De brancheorganisatie vertegenwoordigt de belangen van de gehele sector en acht alle ondernemers gelijk. Veel uitdagingen voor ondernemers met kleine schepen spelen ook voor eigenaren van grote schepen. Beide groepen hebben volgens Van Toorenburg een belangrijke economische functie. “We hebben ook die kleine binnenvaartschepen hard nodig, omdat ze de haarvaten van het transportnetwerk bedienen. Als een verlader door omstandigheden gedwongen kiest voor een andere modaliteit, keert die in de meeste gevallen niet of moeizaam weer terug naar de binnenvaart.”
“We hebben die kleine binnenvaartschepen hard nodig, omdat ze de haarvaten van het transportnetwerk bedienen”
KBN wil het uiteraard niet zo ver laten komen. Of dat besef er ook op het niveau van de beleidsmakers is, vindt Van Toorenburg lastig in te schatten. “De uitdagingen waar kleinere binnenvaartschepen mee te maken hebben zijn bekend. Maar ik betwijfel of dat ook geldt voor de gevolgen van bepaalde beslissingen en acties voor die schepen. Als KBN spannen we ons voortdurend in om deze en alle andere thema’s die spelen in de binnenvaart onder de aandacht te brengen.
En of een schip nou groot of klein is: alle ondernemers in de binnenvaart ervaren de gevolgen van het achterstallige onderhoud aan de infrastructuur waarvan ze gebruik moeten maken. Dat maakt de binnenvaart als modaliteit buiten haar eigen schuld om minder betrouwbaar. Dat moeten we koste wat het kost zien te voorkomen.”
Vragen voor toekomst
De huidige situatie is dus duidelijk, net als de uitdagingen die er zijn en hoe die de kleine binnenvaartschepen in Nederland onder druk zetten. Maar die categorie schepen alleen maar behouden om het behouden, is economisch niet valide. Om te bepalen hoe de binnenvaartvloot van de toekomst eruitziet, is het volgens Voorn van belang om een aantal vragen te beantwoorden – waarbij hij benadrukt dat er wat hem betreft altijd plek zal zijn voor kleine schepen in het grote logistieke geheel.
“Misschien hebben we in de toekomst de beschikking over kleine autonome schepen”
“Welke lading kan alleen in kleine hoeveelheden worden vervoerd via de fijnmazige vaarwegen door kleinere schepen? Welke lading kan worden vervoerd door andere scheepstypes? En welk deel van de vloot is onevenredig duur om in stand te houden? Met de antwoorden op die vragen is te bepalen wat de minimale omvang van de vloot moet zijn”, aldus Voorn.
Daarnaast moet er volgens hem rekening worden gehouden met toekomstige technologische ontwikkelingen in de binnenvaart. “De toekomst is niet te voorspellen, maar het is goed mogelijk dat technologische innovaties eraan bijdragen dat kleine vaarwegen toegankelijk blijven voor de scheepvaart. Misschien hebben we in de toekomst de beschikking over kleine autonome schepen, of over schepen met een groter drijfvermogen die met minder diepgang uit de voeten kunnen.”
Modal Shift Service
Door de nieuwe vrachtwagenheffing per 1 juli 2026 wordt wegvervoer duurder. Met de Modal Shift Service zoekt een expert van evofenedex samen met je uit of een switch naar bijvoorbeeld binnenvaart voordeel biedt voor je bedrijf.
Vincent Krabbendam
Van Nieuwpoort Groep