In ADR-hoofdstuk 7.5.2 staan de voorschriften voor de samenlading van verschillende gevaarlijke stoffen of goederen in één transporteenheid. Of samenlading is toegestaan, hangt af van de etiketten op de verpakkingen.

Verpakkingen met explosieve stoffen die zijn voorzien zijn van etiket 1, 1.4 (met uitzondering van 1.4S), 1.5 of 1.6, mag je bijvoorbeeld niet vervoeren samen met verpakkingen die zijn voorzien van een etiket van een andere gevarenklasse.

Ook zijn er voorschriften voor de samenlading van verschillende explosieve stoffen waarvan de verpakkingen zijn voorzien van etiket 1, 1.4, 1.4S, 1.5 of 1.6.

In de ADR tabel in 7.5.2.1 wordt weergegeven welke samenladingsvoorschriften gelden.

Samenlading met levensmiddelen

Als in kolom 18 van de ADR-stoffenlijst de bijzondere bepaling CV28 staat, dan moet de stof in voertuigen en op laad-, los- of overlaadplaatsen gescheiden worden gehouden van levensmiddelen, genotmiddelen en voer voor dieren.

Deze bepaling wordt verder uitgelegd in sectie 7.5.4 en geldt voor:

  • colli met een etiket volgens model no. 6.1 of 6.2
  • colli met een etiket volgens model no. 9 en gekenmerkt met de UN-nummers 2212, 2315, 2590, 3151, 3152 of 3245.

De stof kan worden gescheiden van levensmiddelen, genotmiddelen en voer voor dieren:

  • door volwandige scheidingswanden, die even hoog zijn als de colli, voorzien van bovengenoemde etiketten/UN-nummers
  • door colli die niet zijn voorzien van bovengenoemde etiketten/UN-nummers
  • door een afstand van ten minste 0,8 meter.

Scheiding is niet nodig als colli met bovengenoemde etiketten/UN-nummers zijn voorzien van een aanvullende verpakking of als ze volledig zijn afgedekt door bijvoorbeeld folie,  karton of andere maatregelen.

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder