Douanevervoer (NCTS en TIR-carnet)

Alle douanevervoer worden onderscheiden in intern en extern douanevervoer.

Met dit onderscheid wordt aangegeven wat de status van de goederen is. Behalve het onderscheid tussen intern en extern douanevervoer is er nog een ander onderscheid, namelijk het onderscheid naar de soort vervoer.

Intern douanevervoer

Intern douanevervoer is vervoer van communautaire goederen tussen twee plaatsen in de EU. Door de benaming ‘intern’ wordt aangegeven dat er sprake is van communautaire goederen.

Extern douanevervoer

Extern douanevervoer is in principe bedoeld voor het vervoer van niet-communautaire goederen. Op niet-communautaire goederen is nog steeds douanetoezicht van toepassing. De douane heeft extra aandacht voor deze vorm van vervoer, omdat voor de niet-communautaire goederen die vervoer worden nog geen rechten bij invoer betaald hoeven te worden en omdat ook de handelspolitieke maatregelen nog niet van toepassing zijn. Er zijn echter ook communautaire goederen waar de douane extra interesse voor heeft.

Communautair douanevervoer

Communautair douanevervoer is douanevervoer dat begint en eindigt binnen de EU. Dat betekent dat communautair douanevervoer ook van toepassing kan zijn op het vervoer van niet-communautaire goederen. Om toch het onderscheid te maken tussen deze twee vormen van communautair douanevervoer wordt er voor de benaming ‘communautair’ ofwel het woord ‘intern’ of ‘extern’ geplaatst. Communautair douanevervoer kan ook plaatsvinden per vrachtwagen, schip, vliegtuig of spoor.

Het communautair douanevervoer stelt bedrijven ook in de gelegenheid goederen te vervoeren binnen de EU en tussen de EU- en de EVA-landen. Dit laatste wordt dan gemeenschappelijk douanevervoer genoemd.

Gemeenschappelijk douanevervoer

Sinds 1 januari 1988 worden de formaliteiten voor het vervoer van goederen in doorvoer tussen de EU en de EVA-landen en tussen de EVA-landen onderling beheerst door de ‘Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer’. In de praktijk betekent deze overeenkomst dat de EVA-landen gebruik maken van dezelfde procedures voor douanevervoer als de procedure bij communautair douanevervoer. Doordat de procedures gelijk zijn en hetzelfde systeem gebruikt wordt hoeft voor goederen die vanuit de EU naar een EVA-land vervoerd worden met de regeling douanevervoer maar één aangifte gedaan te worden. Deze aangifte wordt zowel in de EU als in het EVA-land van bestemming gebruikt.

Aangifte tot douanevervoer

Een aangifte voor communautair douanevervoer kan alleen nog maar elektronisch worden gedaan. Het systeem dat daarvoor gebruikt wordt is het New Computerized Transit System (NCTS). Een schriftelijke aangifteprocedure is alleen nog maar mogelijk als noodprocedure. Als een zending goederen vervoerd wordt onder de regeling douanevervoer is bij die zending een Begeleidingsformulier A aanwezig. Op dit Begeleidingsformulier zijn de gegevens van de goederen vermeld alsmede het nummer van de aangifte. Dit nummer is een zogenaamd ‘movement referencenumber’, of MRN-nummer. Dit nummer wordt door het systeem NCTS toegekend aan de aangifte die gedaan wordt. Ook een aangifte voor douanevervoer kan worden geselecteerd voor controle. Deze controle kan plaatsvinden aan de hand van bescheiden of door middel van een fysieke controle. Na de keuze ‘controle’ of ‘geen controle’ wordt door de douane beslist of er verzegeld wordt. Dit kan verzegeling van het vervoermiddel zijn of door middel van colliverzegeling. In principe wordt er, ter handhaving van de identiteit van de goederen, altijd verzegeld. Indien de douane besluit om het vervoermiddel niet te verzegelen, wordt dit op het vervoersdocument aangegeven met de aantekening ‘vrijstelling’ op de plaats waar bij verzegeld het aantal en soort van de verzegeling wordt vermeld. Wanneer de vervoerder, bijvoorbeeld bij een wegrestaurant, geconfronteerd wordt met een verbroken verzegeling (vandalisme), dan moet hij dit direct melden bij een douane-instantie.

Voordat goederen waarvoor aangifte is gedaan vervoerd mogen worden, moet de aangever 'zekerheid stellen'. Deze zekerheid is de garantie voor de betaling van de douaneschuld en andere belastingschulden die kunnen ontstaan als de goederen niet de opgegeven bestemming bereiken. Er kan eenmalig zekerheid gesteld worden of een doorlopende zekerheidsstelling worden aangevraagd.

Vervoerstermijnen

Nadat is vastgesteld dat de zekerheid aanwezig is wordt door de douane bepaald binnen welke termijn de goederen hun bestemming moeten bereiken. Deze termijn is voor alle landen bindend en het is niet toegestaan deze termijn te wijzigen. Op het Begeleidingsformulier A wordt door de douane de uiterste datum ingevuld waarbinnen de goederen bij het kantoor van bestemming moeten worden aangebracht. Hierbij wordt rekening gehouden met de te volgen route, alle voorschriften inzake het vervoer, andere toepasselijke voorschriften en in voorkomend geval de door de aangever verstrekte gegevens. Deze uiterste datum wordt ook in het systeem NCTS vermeld. Bij het vervoer van goederen met een verhoogd frauderisico of van andere goederen voor zover de douaneautoriteiten dit nodig achten wordt een verplicht te volgen route in de aangifte vermeld.

Beëindiging communautair douanevervoer

Nadat de goederen zijn vrijgegeven kunnen de goederen op weg gaan naar hun bestemming. De goederen die onder de regeling douanevervoer zijn geplaatst blijven onder douanetoezicht. Communautair douanevervoer wordt beëindigd door de goederen samen met het Begeleidingsdocument A aan te brengen op het douanekantoor van bestemming. Dit kantoor van bestemming zal reeds op de hoogte zijn van de aankomst van een zending.

Als alle goederen tijdig zijn aangebracht bij het kantoor van bestemming dan meldt dit kantoor de aangifte af in het systeem NCTS. De aangifte is dan gezuiverd. Indien niet alle goederen die in de aangifte staan zijn aangebracht is er sprake van (gedeeltelijke) niet-zuivering. De aangever is dan de rechten bij invoer (en eventuele andere belastingen) verschuldigd van de goederen die niet bij het kantoor van bestemming zijn aangebracht.

Vereenvoudigde procedures bij vervoer

Zowel bij vertrek als bij beëindiging van het communautair douanevervoer kennen we vereenvoudigde procedures. Deze vereenvoudigde procedures stellen bedrijven in de gelegenheid bepaalde handelingen (bijvoorbeeld geldig maken van de aangifte) van de douane over te nemen. Dit houdt in dat de goederen niet meer naar een Douanekantoor hoeven te worden gebracht. Deze vereenvoudigingen worden ‘Toegelaten Afzender’ en ‘Toegelaten Geadresseerde’ genoemd. Om als 'Toegelaten afzender of geadresseerde' te mogen functioneren moet een bedrijf in het bezit zijn van een vergunning.

De regeling Toegelaten afzender biedt een aangever de volgende mogelijkheden:

  • de aangever kan zelf, zonder tussenkomst van de douane, aangiften voor communautair douanevervoer doen.
  • de aangever kan zelf vervoermiddelen of colli verzegelen.
  • de aangever kan de goederen verzenden zonder deze, en de bijbehorende aangifte, aangebracht hoeven te worden aan een kantoor van vertrek. De douane ziet de aangifte uiteraard wel nog in het system NCTS staan en kan zo beslissen de goederen te controleren of niet.

Het tegengestelde van de regeling Toegelaten afzender is de regeling 'Toegelaten geadresseerde'. Deze vereenvoudigde regeling stelt bedrijven in staat rechtstreeks goederen, die met toepassing van een regeling voor communautair douanevervoer worden vervoerd, bij het bedrijf in ontvangst te nemen.

TIR-carnet

Wanneer goederen naar, via of vanuit derde landen worden vervoerd, kan het communautair en/of gemeenschappelijk douanevervoer voor het gehele traject geen uitkomst bieden. Er is echter een internationaal verdrag afgesloten dat het mogelijk maakt om met één bescheid toch door meer landen (dus ook derde-landen) douanevervoer te verrichten. Dit is de TIR-overeenkomst. De letters TIR staan voor 'Transports Internationaux Routiers'.

TIR-vervoer moet door meer landen plaatsvinden. De EU wordt door de afschaffing van grensformaliteiten als één land beschouwd. Dit betekent dat een carnet TIR niet kan dienen voor vervoer van de ene plaats naar de andere plaats in de EU. Voor vervoer van goederen dat begint of eindigt in een EVA-land geldt de TIR-regeling wel, maar met de EVA-landen is afgesproken dat daarvoor de regeling Gemeenschappelijk douanevervoer voor gebruikt wordt. De TIR-regeling kan ook worden toegepast op vervoer van goederen van het ene EU-land naar een ander EU-land, via een niet-EU-land waarmee geen overeenkomst voor de toepassing van gemeenschappelijk douanevervoer is gesloten.

Behalve de EU-landen zijn het voornamelijk de landen in Midden-Europa, Oost-Europa en Azië die bij de TIR-overeenkomst zijn aangesloten.

Bij gebruikmaking van TIR-regeling hoeft maar één keer zekerheid gesteld te worden. Een goedgekeurde overkoepelende organisatie stelt zich garant voor de zekerheid en is bevoegd voor de uitgifte van de carnets TIR. In Nederland zijn dat evofenedex, KNV en TLN. Deze instanties hebben de uitgifte van carnets TIR overgedragen aan NIWO Carnet TIR in Rijswijk.

Onze ledenadviseur Alice
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Alice en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder