VGEM taken

Naast de fiscale taak van de douane (het heffen en innen van belastingen) is er door verdergaande globalisering van de wereldhandel (met als gevolg een verdere afbraak van rechten) sprake van een sterk toenemende aandacht voor de niet-fiscale taken. Deze niet-fiscale taken hebben te maken met marktordening en bescherming van de kwaliteit van de samenleving. Bepaalde goederen mogen namelijk niet ongecontroleerd op de Nederlandse of Europese markt terechtkomen.

De niet-fiscale taken die de douane verricht worden onderverdeeld in vier hoofdgroepen:

  • Veiligheid
  • Gezondheid
  • Economie
  • Milieu

Veiligheid

De VGEM-taken die onder Veiligheid vallen zijn zeer ruim. De term ‘veiligheid’ heeft zowel betrekking op bedreigingen voor openbare veiligheid (criminele intenties, terrorisme) waarbij sprake is van goederenverkeer (smokkel van wapens en geld) als op bedreigingen voor de samenleving door de handel in goederen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid (drugs en ondeugdelijke geneesmiddelen).

Gezondheid

Deze groep van VGEM-bepalingen heeft als overeenkomst de gezondheid en welzijn van mensen, dieren en planten, zowel binnen als buiten de EU. Daaronder vallen veterinaire bepalingen, fytosanitaire bepalingen, flora en fauna en productveiligheid.

Het doel van veterinaire bepalingen is tweeledig:

  • het voorkomen van de verspreiding van besmettelijke dierziekten
  • weren van producten die schadelijk zijn voor de gezondheid van de EU-burgers.

Voor goederen die afkomstig zijn uit derde landen begint de keten bij binnenkomst, dus bij de douane. Veterinaire goederen moeten vóór de fysieke binnenkomst in de EU bij de verantwoordelijke veterinaire autoriteit van de aangewezen grens-inspectiepost worden aangemeld. In Nederland is dat de nieuwe Voedsel Waren Autoriteit (nVWA). De importeur moet het gezondheidscertificaat of veterinair document daar inleveren. De veterinaire controle bestaat uit de volgende onderdelen:

  • documentencontrole (uitgevoerd door de douane)
  • overeenstemmingscontrole (uitgevoerd door de nVWA)
  • materiële controle (uitgevoerd door de nVWA)

In een derde land worden voorafgaand aan de verzending naar de EU fytosanitaire controles uitgevoerd. Aan de hand hiervan kan worden bepaald of de zending voldoet aan de ’gezondheidseisen’ van de EU. Ter bevestiging van deze controle geeft de verantwoordelijke officiële instantie die in het derde land is gevestigd een garantie af in de vorm van een fytosanitair certificaat. Een dergelijk certificaat alleen biedt de Gemeenschap onvoldoende garantie. Vandaar dat de diensten in de lidstaten van de EU ook fytosanitaire controles uitvoeren op bepaalde planten en plantaardige producten uit derde landen. Zoals ook bij veterinaire controles het geval is, moet de importeur voordat een zending met fytosanitaire producten wordt gelost bij de betreffende keuringsdienst, een vooraanmelding hebben ingediend.

De douane heeft geen functie bij de uitvoering van deze controles. De douane signaleert alleen de binnenkomst van de planten(delen) die onderworpen zijn aan een controle. De daadwerkelijke controle vindt plaats door de nVWA.

Het onderdeel flora en fauna moet ervoor zorgen dat het uitsterven van dieren en planten wordt tegen gegaan. Deze maatregelen zijn opgenomen in de CITES-overeenkomst, in verordeningen en nationale wetgeving. De douane stelt vast of beschermde dier- en plantensoorten (of delen en producten hiervan) die binnen of buiten Nederland worden gebracht, zijn voorzien van de vereiste bescheiden of dat de goederen hiervan zijn vrijgesteld.

Aan tal van goederen worden bij de invoer in Nederland of de EU eisen gesteld aan de veiligheid van het product. Vooral levensmiddelen, (dier)geneesmiddelen en speelgoed moeten aan bepaalde eisen voldoen. Hierbij denken we aan ontbrandings- of verstikkingsgevaar. De veiligheidseisen staan onder andere in de Warenwet en de daarop gebaseerde besluiten en regelingen. De nVWA is aangewezen als de controlerende instantie. De douane heeft een signalerende taak op het moment dat goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer.

Economie

De EU heeft als doelstelling de wereldhandel te stimuleren en eerlijk handelsverkeer te bevorderen. De EU probeert met een aantal maatregelen de handel met landen buiten de EU te sturen om verstoring van de eigen markt te voorkomen. Deze maatregelen kunnen zowel op goederen betrekking hebben die de EU binnenkomen als op goederen die de EU verlaten. Het gehele stelsel van maatregelen om het handelsverkeer met derde landen te sturen wordt ook wel handelspolitieke maatregelen genoemd.

De handelspolitieke maatregelen die genomen worden, hebben betrekking op de volgende onderwerpen:

  • communautair toezicht en vrijwaringmaatregelen. Om de EU-markt te beschermen kunnen twee soorten maatregelen getroffen worden. Bij  toezichtmaatregelen is hetdoel inzicht te verkrijgen in de in- of uitvoer van bepaalde goederen wanneer het vermoeden bestaat dat er een (dreigende) verstoring ontstaat. Vrijwaringmaatregelen kunnen worden toegepast wanneer de invoer van een bepaald goed zeer stijgt of onder omstandigheden gebeurt die schadelijk zijn voor producenten in de EU. In dat geval kunnen voor deze goederen kwantitatieve maxima worden ingesteld. Zodra er contingenten van toepassing zijn dan kunnen de goederen slechts na overlegging van een invoervergunning in het vrije verkeer gebracht worden. Het beheer van kwantitatieve contingenten doet de Europese Commissie. Voor Nederland worden de gegevens verzameld door de CDIU in Groningen.
  • antidumpingrechten. De EU kan maatregelen treffen tegen het op de markt brengen van producten uit een derde land met dumping of met subsidie. Als deze vorm van ‘oneerlijke concurrentie’ schade toebrengen aan de economie of industrie van een importerend land kan dat land, naast het douanerecht, een heffing instellen in de vorm van antidumpingrechten of compenserende rechten. Om een antidumpingheffing te kunnen instellen moet vaststaan dat het product wordt gedumpt, het in het vrije verkeer brengen schade toebrengt aan de producenten van soortgelijke producten in het importerende land en er een rechtstreeks verband bestaat tussen de geleden schade en de invoer van de producten uit het betreffende land. Een antidumpingsheffing kan worden vastgesteld nadat een producent en/of lidstaat een klacht heeft ingedient bij de Commissie. Hierop volgt een onderzoek waarbij eventueel een voorlopige antidumpingheffing voor vier maanden wordt vastgesteld. Na het onderzoek vindt er eventueel een definitieve vaststelling van antidumpingheffingplaats, waarbij de voorlopige antidumpingheffing wordt verrekend.
  • strategische goederen. In verband met nationale beleidsredenen of internationale verplichtingen is toezicht nodig op strategische goederen. Dit zijn goederen waarvan de in-, door- of uitvoer naar bepaalde landen niet of slechts onder voorwaarden is toegestaan. Het gaat dat om goederen die voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt, voor zowel burgerlijke als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt of kunnen worden gebruikt bij de productie van massavernietigingswapens en/of overbrengingsmiddelen voor dergelijke wapens. De in-, uit- en doorvoer van deze goederen mag alleen geschieden als daarvoor een vergunning is. Deze vergunning wordt in Nederland afgegeven door het CDIU in Groningen.
  • intellectuele eigendomsrechten (namaak). Bij nagemaakte of door piraterij verkregen goederen is er sprake van goederen die met intellectueel eigendomsrecht beschermd zijn. Bij nagemaakte of door piraterij verkregen goederen is het van groot belang dat die goederen niet in het handelsverkeer mogen komen. Degene die het grootste belang heeft om dit te voorkomen is niet de overheid, maar de merkhouder van de goederen. Dat betekent dat niet de overheid de instantie is die de aanzet moet geven om te voorkomen dat deze goederen in het handelsverkeer komen, maar de merkhouder. Als de douane de uitvoering van haar werkzaamheden goederen aantreft die nagemaakt zijn of verkregen zijn meldt de douane dit aan de CDIU in Groningen. Indien de merkhouder niet op voorhand heeft aangegeven dat zij geen toestemming verlenen voor namaak of piraterij, moet de CDIU eerst de merkhouder informeren dat er nagemaakte of door piraterij verkregen goederen gevonden zijn. Heeft de merkhouder dit verzoek al op voorhand gedaan bij de CDIU, dan kan de CDIU de goederen direct op laten houden.

Milieu

De twee belangrijkste milieutaken die de douane uitvoert houden verband met afvalstoffen en milieugevaarlijkste stoffen. Voor afvalstoffen geldt dat de kern van de controle het verplichte kennisgeven van een vervoershandeling van afvalstoffen is. Dit kennisgeven moet gebeuren door de opdrachtgever van de vervoershandeling, bij invoer zal dat veelal de importeur zijn. Het kennisgeven gebeurt bij SenterNovem. Bij de invoer en uitvoer van afvalstoffen moet er behalve een kennisgevingformulier ook nog een begeleidend document aanwezig zijn.

Voor milieugevaarlijke stoffen geldt dat de overheid streeft naar vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen. De wetgeving voor een aantal milieugevaarlijke stoffen heeft ten doel regels te geven om mens en milieu te beschermen tegen deze stoffen. Indien de douane bij haar werkzaamheden een situatie aantreft waarbij niet voldaan wordt aan de eisen, wordt het ministerie van Infrastructuur en Milieu daarvan op de hoogte gebracht. Zij zullen dan beslissen hoe verder opgetreden moet worden.

Onze ledenadviseur Alice
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Alice en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder