CAO beroepsgoederenvervoer

In de cao beroepsgoederenvervoer staan de collectieve arbeidsvoorwaarden die gelden voor bedrijven die voornamelijk beroepsgoederenvervoer verrichten.

De cao beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: cao) is een collectieve arbeidsovereenkomst die is afgesloten tussen Transport en Logistiek Nederland (TLN) en Vereniging Verticaal Transport (VVT) aan werkgeverszijde en CNV, FNV en De Unie aan werknemerszijde. In de cao staan afspraken over onder meer functie-indeling/ -inschaling, beloning, overuren, toeslagen, vergoedingen, vakantiedagen, scholing en loon tijdens ziekte en vakantie. Deze cao heeft een breed toepassingsbereik. De cao is beschikbaar op de website van TLN.

Wanneer ben je als werkgever aan de cao gebonden?

Als werkgever kun je op verschillende manier gebonden worden aan de cao, waaronder: 

  • een lidmaatschap van de bij de cao betrokken werkgeverspartijen TLN of VVT;
  • een beding in de arbeidsovereenkomst dat de cao van toepassing is op de arbeidsovereenkomst (incorporatiebeding);
  • de cao is algemeen verbindend verklaard (zie hieronder) én de activiteiten vallen onder het toepassingsbereik (ook wel werkingssfeer genoemd) van de cao.

Algemeen verbindend verklaring (avv)

De cao wordt vaak algemeen verbindend verklaard door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit heeft tot gevolg dat de cao vanaf dat moment van toepassing is op alle werkgevers en werknemers die onder de werkingssfeer van de cao vallen. Een lidmaatschap bij bijvoorbeeld TLN of VVT, is dan niet meer een vereiste voor de verplichte toepassing van de cao.


Toepassingsbereik van de cao

De cao is van toepassing op bedrijven die vergunningsplichtig beroepsvervoer verrichten en op hun werknemers. Daarnaast geldt de cao ook voor vervoerders die (zonder vergunning) tegen vergoeding geheel of ten dele goederenvervoer verrichten. Dit kan een bedrijf zijn dat met voertuigen rijdt waarvan het laadvermogen kleiner is dan 500 kg. Het kan ook gaan om eigen vervoer binnen een concern. De reikwijdte van de cao staat dus los van de vergunningsplicht voor beroepsvervoer. In artikel 2 van de cao staan de werkingssfeer van de cao en de uitzonderingen beschreven. 

Let op: de cao is niet alleen van toepassing op de chauffeurs, maar op alle werknemers van het bedrijf, dus ook op bijvoorbeeld medewerkers van de afdeling financiën of personeelszaken.


Uitzondering op verplichte toepassing cao

De cao is in een aantal situaties niet van toepassing en maakt een uitzondering voor ondernemingen die: 

  • een eigen cao moeten toepassen; 
  • een eigen bedrijfstak-cao moeten toepassen; 
  • over een eigen vastgelegd arbeidsvoorwaardenpakket beschikken.

Let op dat aan 2 aanvullende voorwaarden moet zijn voldaan, om onder de uitzondering te vallen. Dit zijn: 

  1. Het niveau van de cao / het arbeidsvoorwaardenpakket moet ten minste gelijkwaardig zijn aan de cao. 
  2. Niet meer dan 20 procent van de omzet mag worden gerealiseerd met beroepsgoederenvervoer, logistieke dienstverlening of de verhuur van mobiele kranen. 

Als bijvoorbeeld met logistieke dienstverlening meer dan 20 procent omzet wordt gegenereerd, kan dit dus leiden tot het verplicht toepassen van de cao. Belangrijk is dat het omzetpercentage wordt afgemeten tegen de juridische eenheid waarvoor de vergunning beroepsvervoer is aangevraagd.


Eigen vervoer binnen een concern en de cao 

Binnen sommige concerns zijn de transport- en logistieke activiteiten in een aparte werkmaatschappij ondergebracht. Deze werkmaatschappij verricht vervolgens het vervoer en de logistieke dienstverlening voor de zustermaatschappijen binnen het concern. Hoewel er geen vergunning beroepsvervoer verplicht is, kan de cao wel verplicht van toepassing zijn. Dit is namelijk het geval als deze transportmaatschappij met het vervoer en de logistieke dienstverlening meer dan 20 procent omzet genereert. Het is belangrijk bij het opzetten van de juridische structuur rekening te houden met mogelijk verplichte toepassing van de cao.